Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Documents (823)

2019

  • Middellange-termijn projecties van indicatoren van armoede en sociale uitsluiting, gebaseerd op de EU-SILC 28/02/2019

    Het Federaal Planbureau ontwikkelde binnen het Nowcasting project een dynamisch microsimulatie-model voor nowcasting en middellange-termijn projecties (tot 2020) van indicatoren van armoede en sociale uitsluiting. De conclusies van dit project zijn de volgende: ten eerste is gebleken dat het produceren van nowcasting en middellange-termijn projecties mogelijk is met een dynamisch microsimulatiemodel. Ten tweede suggereren de voorlopige resultaten dat het algemene armoederisico ruwweg stabiel zou blijven, waarbij het voor de 65+ zou afnemen terwijl het voor de actieve bevolking licht zou toenemen. Ten derde zou de algemene inkomensongelijkheid niet verder toenemen maar zich stabiliseren. Tenslotte, de VLWI zou verder afnemen, vooral onder invloed van de toenemende activiteitsgraad onder de bevolking op actieve leeftijd. 

    WP 03-19  Publication(en),

  • Twintig jaar beleid rond houdbare Belgische overheidsfinanciën - Van een strategie gericht op de voorfinanciering van vergrijzingskosten naar een beleid van hervormingen van het socio-economisch model 28/02/2019

    Het Zilverfonds dat in 2001 is opgericht als instrument om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te verzekeren werd in 2016 afgeschaft. De afschaffing ervan symboliseert de overgang van een voorfinancieringsstrategie van de vergrijzingskosten, die in het begin van de jaren 2000 domi-nant was, naar een strategie die hoofdzakelijk gestoeld is op hervormingen van het socio-economische model, die opgestart is na de grote crisis en de afgelopen jaren is versterkt. Deze Planning Paper be-schrijft de economische en institutionele factoren die aan de basis liggen van deze heroriëntering van het houdbaarheidsbeleid, alsook de rol van de verschillende actoren: uiteraard de regeringen, maar ook de Hoge Raad van Financiën, de Europese autoriteiten en het Federaal Planbureau, dat de afgelopen 25 jaar analyses en ramingen op lange termijn heeft gemaakt die het gevoerde beleid hebben weerspiegeld en vormgegeven.

    Planning paper 117  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Economische vooruitzichten 2019-2024 - Versie van februari 2019 14/02/2019

    Dit rapport vormt een bijdrage tot de voorbereiding van het nieuwe Stabiliteitsprogramma en van het nieuwe Nationaal Hervormingsprogramma. Het vermeldt de voornaamste resultaten van de voorlopige versie van de ‘Economische vooruitzichten 2019-2024’, waarvan de definitieve versie in juni 2019 zal worden gepubliceerd.

    Economic outlook 2019-2024 - Feb. 2019  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Economische vooruitzichten 2019 - Februari 07/02/2019

    In vergelijking met onze vooruitzichten van september vorig jaar wordt de groei van de Europese economie in 2019 minder gunstig ingeschat. Tegen die achtergrond zijn onze vooruitzichten voor de Belgische bbp-groei in 2019 neerwaarts herzien van 1,5 % tot 1,3 %. De toename van de werkgelegenheid (met 44 000 personen) blijft evenwel aanzienlijk en situeert zich vrijwel uitsluitend in de marktsector. De inflatie zou afkoelen tot 1,6 %.

    Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten houden enkel rekening met de maatregelen waarvan de toepassingsmodaliteiten met voldoende precisie gekend zijn.

    Economic outlook 2019 (Feb.)  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Aanvullende indicatoren naast het bbp, 2019 04/02/2019

    Het rapport presenteert de jaarlijkse actualisering van een set aanvullende indicatoren naast het bbp die, naargelang van de beschikbaarheid van de gegevens, betrekking heeft op de periode 1990-2017. De wet van 14 maart 2014 tot aanvulling van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen met een set aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie geeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de opdracht die set indicatoren uit te werken en vertrouwt die opdracht toe aan het Federaal Planbureau

    OPREP201901  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Vooruitzichten van de transportvraag in België tegen 2040 31/01/2019

    In het kader van een samenwerkingsakkoord tussen het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het Federaal Planbureau om de drie jaar langetermijnvooruitzichten voor de transportvraag in België. Deze oefening is de vierde in de reeks en heeft tot doel een projectie bij ongewijzigd beleid uit te werken die het mogelijk maakt de algemene trends op lange termijn te onderscheiden, elementen aan te reiken waarop een transportbeleid kan steunen en de impact van transportmaatregelen te bestuderen.

    FORTRANSP_19  Publication(fr), Slides(fr), Publicatie(nl), Slides(nl),

  • Future evolution of the car stock in Belgium: CASMO, the new satellite of PLANET 31/01/2019

    Het nieuwe wagenparkmodel voor België, het CAr Stock MOdel (CASMO), dat gekoppeld is aan het nationaal langetermijnmodel voor transport, PLANET, is als volgt gestructureerd: (a) Het gewenste wagenpark wordt berekend als een functie van de bevolking en het bbp per capita. (b) De waarschijnlijkheid dat een auto uit omloop wordt genomen wordt berekend als functie van de leeftijd van de auto en van de totale kilometerstand. Het gewenste wagenpark wordt dan vergeleken met het overblijvend wagenpark, en dat bepaalt de totale aankopen van nieuwe auto’s in een gegeven jaar. (c) Voor de opsplitsing van de totale verkopen per emissie-klasse, gebruiken we parameters van een discrete keuzemodel dat geschat werd aan de hand van een "uitgedrukte voorkeur" onderzoek. We kalibreren het model om de realiteit van de Belgische markt in onze referentieperiode weer te geven.  (d) De output van het model wordt geïntegreerd in een nieuw wagenpark, dat wordt geaggregeerd in functie van de emissieklasse van de auto’s. (e) Er zijn meerdere elementen die nu een barrière vormen voor een groter marktaandeel voor elektrische en hybride auto’s; deze zullen in de toekomst echter waarschijnlijk grotendeels verdwijnen. Om rekening te houden met deze veranderingen hebben we een alternatieve benadering geïmplementeerd waarbij de gepercipieerde aankoopkosten dalen doorheen de tijd. Deze benadering kan ook gebruikt worden om te verkennen hoe ver de subjectieve kosten zouden moeten dalen om een gegeven marktaandeel te bereiken.

    WP 01-19  Publication(en),

  • Demografische vooruitzichten 2018-2070 - Bevolking en huishoudens 24/01/2019

    De Demografische vooruitzichten 2018-2070 presenteren de evolutie van de bevolking en de huishoudens in België van 2018-2070. De hypothesen werden geactualiseerd rekening houdend met de nieuwe beschikbare waarnemingen, in het bijzonder de bevolkingsstatistieken op 1 januari 2018 en de statistieken van de bevolkingsloop (geboorten, overlijdens, interne en internationale migraties) in de loop van het jaar 2017. Deze vooruitzichten werpen ook in het bijzonder licht op de vruchtbaarheid op middellange termijn.

    EFPOP1870  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Doorrekening 2019: startnota - Document opgesteld in het kader van de voorbereidende werkzaamheden van de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van 2019 11/01/2019

    De startnota voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma's beoogt de beginselen van de wet van 22 mei 2014, gewijzigd door de wet van 30 juli 2018, in herinnering te brengen, en die in een historische context te situeren. Deze nota beschrijft eveneens het proces dat het Federaal Planbureau, in samenwerking met de contactpersonen van de politieke partijen, heeft opgestart om de wet operationeel te maken. Vervolgens worden de twee fasen van de doorrekening beschreven: de eerste fase heeft betrekking op de raming van de budgettaire impuls en de tweede fase op de impactanalyse. Tot slot worden de verdiensten en de beperkingen van de oefening besproken.

    DC2019_START_NOTE  Publication(fr), Publicatie(nl),

2018

  • Beschrijving en gebruik van het PLANET-model 21/12/2018

    Deze paper geeft een niet-technische beschrijving van het PLANET-model, met een focus op beleidsanalyse in de transportsector. De werking van de verschillende modules, alsook van de belangrijkste gedragseffecten, modeldimensies en beleidsvariabelen wordt gepresenteerd. Er wordt ingegaan op een aantal specifieke gevallen die belangrijk zouden kunnen zijn voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s, met name de behandeling van de fiscale uitgaven voor transport in de directe belastingen en de invoering van een geografische dimensie. Tot slot geven we de resultaten van enkele illustratieve beleidsscenario’s.

    DC2019_WP_06  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Beschrijving en gebruik van Crystal Super Grid 21/12/2018

    Sinds 2015 beschikt het Federaal Planbureau over Crystal Super Grid, een model met een hoge temporele resolutie waarmee de elektriciteitssector in detail kan worden bestudeerd. Het model werd ontwikkeld door Artelys, een Frans energieconsultingbureau dat binnen een vierjarig raamcontract modelmatige projecten uitwerkt voor de Europese Commissie.

    Binnen het Federaal Planbureau werd geïnvesteerd in de expertiseopbouw om het model te hanteren en in te zetten voor diverse elektriciteitsgerelateerde vraagstukken. Een dergelijk model is een onmisbaar element in de evaluatie van toekomstige energiesystemen waarin verwacht wordt dat de elektrificatie van de samenleving zal toenemen als antwoord op de uitdagingen die de klimaatverandering stelt.

    DC2019_WP_05  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Beschrijving en gebruik van het model PROMES 21/12/2018

    In het kader van de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s zal het projectiemodel PROMES van het Federaal Planbureau worden ingezet om de budgettaire impact te berekenen van beleidsmaatregelen binnen het domein van de publieke gezondheidszorguitgaven. PROMES is een microsimulatiemodel dat gebruik maakt van administratie gegevens over uitgaven voor geneeskundige verzorging op individueel niveau. Het model laat toe om de impact van beleidsmaatregelen gericht op de totale uitgaven voor geneeskundige verzorging van de ziekte- en invaliditeitsverzekering of op specifieke uitgavengroepen te berekenen. Dit document schetst de kenmerken, structuur en simulatiemogelijkheden van het model. Ter illustratie van de werking van het model worden, naast de resultaten van het basisscenario, simulatieresultaten voor een voorbeeldmaatregel gepresenteerd.

    DC2019_WP_04  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Beschrijving en gebruik van het model EXPEDITION 21/12/2018

    In het kader van de doorrekeningsoefening wordt de impact van een aantal beleidsmaatregelen, voorgesteld door de politieke partijen, op het beschikbaar inkomen berekend met behulp van administratieve microgegevens. Deze aanpak laat toe om de impact van de bestudeerde maatregelen te verbijzonderen naar individuele en huishoudkarakteristieken. De beleidsmaatregelen waarvan de impact op het beschikbaar inkomen wordt doorgerekend zijn maatregelen die zich situeren binnen het domein van de sociale zekerheid en sociale bijstand, aangevuld met de regelgeving inzake kinderbijslag, de bijdrage- en inhoudingsregels die toegepast worden op deze uitkeringen en de regels inzake personenbelasting. Het instrument dat voor deze berekeningen wordt ingezet is het microsimulatiemodel EXPEDITION. De voorliggende nota beschrijft de belangrijkste eigenschappen van het model EXPEDITION en illustreert de werking van het model op basis van twee simulaties.

    DC2019_WP_03  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Beschrijving van het QUEST III R&D-model 21/12/2018

    In het kader van de ‘doorrekening van de verkiezingsprogramma’s 2019' zal het dynamisch stochastisch algemeen-evenwichtsmodel QUEST III R&D gebruikt worden om de effecten op lange termijn te simuleren van structurele maatregelen die door de politieke partijen worden voorgesteld. Dit document geeft een samenvatting van de kenmerken van het model, presenteert de structuur ervan en de belangrijkste transmissiemechanismen en beperkingen. Vervolgens wordt de werking van het model geïllustreerd aan de hand van vier gestileerde structurele hervormingen.

    DC2019_WP_02  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Beschrijving en gebruik van het HERMES-model 21/12/2018

    Het econometrische model HERMES van het Federaal Planbureau zal worden gebruikt om de macroeconomische impact en de invloed op het begrotingsresultaat en de overheidsschuld te berekenen van de maatregelen in de prioriteitenlijst van elke politieke partij in het kader van de ‘doorrekening van de verkiezingsprogramma’s 2019'. Dit document geeft een samenvatting van de kenmerken van het model, presenteert de structuur ervan en de belangrijkste transmissiemechanismen en beperkingen. Vervolgens wordt de werking van het model geïllustreerd aan de hand van enkele economische beleidsvarianten. In een tweede deel wordt de procedure voor het opstellen van het referentiescenario beschreven en worden de belangrijkste resultaten van de economische vooruitzichten van juni 2018 voorgesteld. Die evoluties vormen de prefiguratie van het referentiescenario op basis waarvan de macro-economische impact van de prioritaire maatregelen van de politieke partijen zal worden geëvalueerd.

    DC2019_WP_01  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Input-outputtabellen 2015 21/12/2018

    Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 is het Federaal Planbureau (FPB), binnen het kader van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), verantwoordelijk voor de opmaak van de vijfjaarlijkse input-outputtabellen. In deze publicatie worden de input-outputtabellen tegen lopende prijzen voor het jaar 2015 voorgesteld, opgesteld volgens de ESR 2010-methodologie en in NACE REV. 2/ CPA 2.1.

    OTH_IOT2015  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Uitgavenrekeningen voor milieubescherming 2014-2016 20/12/2018

    De Europese Verordening 538/2014 (tot wijziging van Verordening 691/2011) verplicht de lidstaten van de Europese Unie om vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om drie rekeningen die reeds sinds 2013 moeten worden overgemaakt: de rekeningen voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), aangevuld met drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd: de rekeningen voor de milieugoederen en  dienstensector (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke-energie¬stroom¬rekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de uitgavenrekeningen voor milieubescherming voor de jaren 2014-16.

     

    REP_EPEA2018  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie 2008-2016 20/12/2018

    De Europese Verordening 538/2014 (tot wijziging van Verordening 691/2011) verplicht de lidstaten van de Europese Unie om vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om drie rekeningen die reeds sinds 2013 moeten worden overgemaakt: de rekeningen voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), aangevuld met drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd: de rekeningen voor de milieugoederen en  dienstensector (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke-energie¬stroom¬rekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de rekening voor de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie voor de jaren 2008-16.

     

    REP_EWMFA2018  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Rekeningen voor de milieugoederen en -dienstensector 2014-2016 18/12/2018

    De Europese Verordening 538/2014 (tot wijziging van Verordening 691/2011) verplicht de lidstaten van de Europese Unie om vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om drie rekeningen die reeds sinds 2013 moeten worden overgemaakt: de rekeningen voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), aangevuld met drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd: de rekeningen voor de milieugoederen en  dienstensector (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke-energie¬stroom¬rekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de rekeningen voor de milieugoederen en -dienstensector voor de jaren 2014-2016.

    REP_EGSS2018  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Fysieke-energiestroomrekeningen 2014-2016 28/09/2018

    De Europese Verordening nr. 691/2011 (gewijzigd door Europese Verordening nr. 538/2014) verplicht de lidstaten van de Europese Unie vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om de drie rekeningen die sinds 2013 moeten worden geleverd, namelijk de rekening voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), maar ook de drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd, namelijk de rekeningen van de milieugoederen- en -dienstensector (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke energiestroomrekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de fysieke-energiestroomrekeningen voor de jaren 2014-2016.

    REP_PEFA2018_11768  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Milieubelastingen naar economische activiteit 2008-2016 28/09/2018

    De Europese Verordening nr. 691/2011 (gewijzigd door Europese Verordening nr. 538/2014) verplicht de lidstaten van de Europese Unie om vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om drie rekeningen die reeds sinds 2013 moeten worden overgemaakt: de rekeningen voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), aangevuld met drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd: de rekeningen voor de productie van milieugoederen en -diensten (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke-energiestroomrekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de rekeningen voor de milieubelastingen naar economische activiteit voor de jaren 2008-2016.

    REP_ETEA2018_11763  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Luchtemissierekeningen 2008-2016 28/09/2018

    De Europese Verordening nr. 691/2011 (gewijzigd door Europese Verordening nr. 538/2014) verplicht de lidstaten van de Europese Unie vanaf 2017 zes milieu-economische rekeningen aan Eurostat te leveren. Het gaat om de drie rekeningen die sinds 2013 moeten worden geleverd, namelijk de rekening voor milieubelastingen naar economische activiteit (Environmental Taxes by Economic Activity, ETEA), de luchtemissierekeningen (Air Emissions Accounts, AEA) en de materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA), maar ook de drie rekeningen die vanaf 2017 moeten worden geleverd, namelijk de rekeningen van de milieugoederen- en -dienstensector (Environmental Goods and Services Sector, EGSS), de uitgavenrekeningen voor milieubescherming (Environmental Protection Expenditure Accounts, EPEA) en de fysieke energiestroomrekeningen (Physical Energy Flow Accounts, PEFA).

    Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de luchtemissierekeningen voor de jaren 2008-2016.

    REP_AEA2018_11767  Publication(fr), Publicatie(nl),

  • Value chain integration of export-oriented and domestic market manufacturing firms - An analysis based on a heterogeneous input-output table for Belgium 26/09/2018

    Voor een meer verfijnde analyse van de integratie van het concurrentievermogen en de waardeketens presenteert deze Working Paper een op microgegevens gebaseerde opsplitsing van de bedrijfstakken van de verwerkende nijverheid in de Belgische aanbod- en gebruikstabellen en input-outputtabellen van 2010 in uitvoergerichte industriële ondernemingen en industriële ondernemingen gericht op de binnenlandse markt. Uitvoergerichte ondernemingen worden gedefinieerd als ondernemingen die minstens 25 % van hun omzet exporteren. Uit de analyses op basis van de resulterende uitvoer-heterogene IOT komen verschillen tussen die twee groepen ondernemingen naar voren in termen van inputstructuur en invoergedrag: uitvoergerichte bedrijven vertonen een lagere verhouding tussen toegevoegde waarde en output, en ze voeren verhoudingsgewijs meer in van de intermediaire producten die ze gebruiken. Verder genereert de export van uitvoergerichte bedrijven heel wat toegevoegde waarde in andere Belgische ondernemingen, in het bijzonder in ondernemingen uit de dienstensector. De beleidsimplicatie van deze resultaten is dat het externe concurrentievermogen niet alleen afhankelijk is van uitvoerders, maar ook van ondernemingen die hoofzakelijk de binnenlandse markt bedienen. Om het effect van exportpromotie te maximaliseren in termen van binnenlandse toegevoegde waarde, moet bijgevolg de volledige waardeketen van de uitvoerproductie in rekening worden gebracht.

    WP 11-18  Publication(en),

 1 van 33 
Please do not visit, its a trap for bots