Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Economische Begroting 2000 (07/07/1999)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Overeenkomstig de Wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) aan de Minister van Economie de cijfers van de Economische Begroting 2000 overgemaakt, en dit op basis van een voorstel van het Federaal Planbureau en na beraadslaging in de Raad van Bestuur. Het Wetenschappelijk Comité voor de Economische Begroting heeft een gunstig advies gehecht aan deze cijfers.

Tegenvallend groeicijfer in 1999 te wijten aan dubbele uitvoer-crisis

De Aziatische crisis en de uitzaaiing ervan naar enkele andere opkomende economieën werkte met enige vertraging door in de intra-Europese handel, wat in de tweede helft van 1998 tot een beduidende conjunctuurverzwakking in de verwerkende nijverheid geleid heeft. Aan deze inzinking kwam in België iets vroeger dan in de rest van het eurogebied een einde en voor de tweede helft van 1999 wordt een verder herstel van de conjunctuur in de verwerkende nijverheid verwacht. Nochtans zal de gemiddelde groei in 1999 van met name de uitvoer de invloed van dit negatieve overloop-effect van 1998 en het zwakke begin van 1999 ten volle dragen.

Voor België komt daar bovenop nog het effect van de dioxinecrisis. Zowel het verdere verloop van deze crisis als de effecten ervan zijn thans nog steeds omgeven met tal van onzekerheden. Wat wel vaststaat is dat de effecten van ook deze crisis vooral in de uitvoergerichte sector merkbaar zullen zijn.

De uitvoer krijgt in 1999 dus zowel te kampen met een minder dynamische groei van de afzetmarkten dan de voorbije drie jaar als een bijkomend verlies van marktaandelen in de door de dioxinecrisis getroffen sectoren. De componenten van de binnenlandse vraag (met name de particuliere consumptie, het overheidsverbruik en de investeringen van bedrijven en overheid) zouden in 1999 wel een behoorlijke groei neerzetten. Met een groei van de binnenlandse vraag met 2,1 procent en een negatieve bijdrage van de netto-uitvoer ten belope van 0,2 procent, zou de groei van het BBP in 1999 uitkomen op 1,7 procent, wat nagenoeg een halvering betekent tegenover de groeicijfers van 1997 en 1998.

Economische groei in 2000 opnieuw gedragen door uitvoer

Indien de dioxinecrisis geen blijvende negatieve invloed heeft op het imago van de Belgische uitvoersector, zou de uitvoer in 2000 opnieuw de belangrijkste motor van de economische groei worden. De depreciatie van de euro tijdens de eerste helft van 1999 zou, met enige vertraging, de economische groei in het eurogebied aanzwengelen, en op die manier een gunstig effect sorteren op de Belgische afzetmarkten. De groeivoet van de globale (binnen en buiten Europa) buitenlandse afzetmarkten zou volgend jaar ongeveer 1,5 procentpunt hoger uitkomen dan in 1999. Daarenboven zouden de Belgische uitvoerbedrijven als gevolg van de aangehouden gematigde ontwikkeling van de loonkosten hun prijscompetitiviteit zien verbeteren en marktaandelen kunnen terugwinnen.

Onder invloed van een aantal factoren zou de groei van de binnenlandse vraag in 2000 eerder beperkt blijven. In 2000 zou een einde komen aan de periode (sinds 1994) van ononderbroken daling van de spaarquote van de gezinnen. Het wegvallen van deze impuls zou de groei van het particuliere verbruik enigszins afremmen. De investeringen in woongebouwen, die onder invloed van stimulerende maatregelen en de historisch lage rentevoeten tijdens de afgelopen twee jaar een vrij sterke groei lieten zien, zouden aan dynamiek inboeten. De rendabiliteit van de ondernemingen in de marktsector zou in 1998 en 1999 afbrokkelen, wat een neerwaartse impact zou hebben op de groei van de bedrijfsinvesteringen in 2000. In 1998 kan de afname van de winstgevendheid voornamelijk worden toegeschreven aan de conjunctuurvertraging, terwijl in 1999 vooral het ruilvoetverlies (gevolg van een duurdere dollar en hogere energieprijzen) en de dioxinecrisis zouden spelen.

Al bij al zou de groei van de binnenlandse vraag volgend jaar beperkt blijven tot 1,6 procent, wat in combinatie met een sterke positieve bijdrage van de netto-uitvoer (1,0 procent), de groei van het BBP in 2000 op 2,5 procent zou brengen.

Werkgelegenheidsdynamiek sterker in 2000 dan in 1999

Zowel in 1999 als in 2000 zou de binnenlandse werkgelegenheid met ongeveer 40.000 personen toenemen. In 1999 evenwel zou deze toename voor bijna 60 procent voortvloeien uit een stijging van de overheidstewerkstelling en diverse speciale programma’s (sociale maribel, PWA, herinschakelingsprogramma en eerste werkervaringscontracten), terwijl dit aandeel in 2000 slechts 40 procent zou bedragen. Een en ander betekent dat de “normale” werkgelegenheid in de ondernemingen in 2000 beduidend sterker zou toenemen dan in 1999. De werkloosheidsgraad volgens de gestandaardiseerde Eurostat-definitie zou terugvallen van 9,5 procent in 1998 tot 9,0 procent in 2000.

Lonen en prijzen blijven onder controle

De vooruitzichten voor 1999-2000 houden rekening met het raamakkoord dat de sociale partners eind 1998 afsloten en dat een maximale stijging van de nominale uurlonen voorziet van 5,9 procent over beide jaren samen. De hieruit voortvloeiende matige stijgingen van de loonkosten per eenheid product maken dat, in weerwil van de hogere olieprijzen en de appreciatie van de dollar tijdens de voorbije zes maanden, de inflatie beperkt zou blijven tot 1,2 procent in 1999 en 1,3 procent in 2000.

De spilindex voor de overheidslonen en sociale uitkeringen werd in april van dit jaar overschreden. Gezien de laag blijvende inflatie zou de volgende overschrijding van de spilindex (die momenteel 105,20 bedraagt) plaatsvinden in september 2000, waardoor dus in november 2000 de wedden van het overheidspersoneel met 2 procent zouden verhoogd worden. De sociale uitkeringen zouden één maand later (dus in december 2000) geïndexeerd worden.

Dioxinecrisis - onzekerheden verbonden aan de uitvoerprestatie in 2000

In een eerste evaluatie van de dioxinecrisis werd verondersteld dat de uitvoer van de betrokken producten geleidelijk gedeblokkeerd zou worden over een tijdsspanne van drie maanden. Voor 2000 werd uitgegaan van een quasi normalisering van de buitenlandse handel. De voorliggende vooruitzichten houden rekening met de hieruit voortvloeiende negatieve impact op de groei van het BBP in 1999 en de afgeleide effecten in 2000.

Nochtans zouden de gevolgen van de dioxinecrisis zwaarder kunnen uitvallen dan momenteel wordt aangenomen. De marktaandelen die tijdens het zwaartepunt van de crisis verloren werden, zouden mogelijkerwijs slechts met moeite kunnen herwonnen worden. Bovenop de producten die direct getroffen worden door invoerbeperkingen vanwege andere landen, zou een meer algemeen imagoverlies voor de Belgische producten in vergelijking met onze buitenlandse concurrenten kunnen optreden. In dat geval zou de groei van de Belgische uitvoer in 2000 merkelijk lager kunnen uitvallen dan in deze vooruitzichten wordt vooropgesteld.

  Verwante documenten

  Beschikbare gegevens

None

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots