Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

De economische groei zou 1,4 % bedragen in 2005 en 2,2 % in 2006 (30/09/2005)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) de cijfers van de economische begroting 2006 meegedeeld aan de Minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten dienen als basis voor de opmaak van de federale ontvangsten- en uitgavenbegrotingen voor het jaar 2006. Bij het opstellen ervan werd rekening gehouden met de kwartaalrekeningen voor het tweede kwartaal van 2005, alsook met Deel 2 van de Nationale Rekeningen 2004, dat vandaag door het INR gepubliceerd wordt en beschikbaar is via de Belgostat Online-databank van de Nationale Bank van België (www.nbb.be).

De Belgische economie groeide op jaarbasis met een behoorlijke 2,6 % in 2004 (bbp tegen constante prijzen). Niettemin belandde de Belgische economie reeds in het vierde kwartaal van vorig jaar in een groeivertraging door de afkoeling van de internationale conjunctuur. Na de resp. nulgroei en een toename met 0,3 % in het eerste en het tweede kwartaal van 2005, zou de economische activiteit in de tweede jaarhelft verder aantrekken met 0,4 % en 0,5 %. In 2006 zou de kwartaalgroei stabiliseren rond 0,6 %. Op jaarbasis impliceert dat een reële bbp-groei van 1,4 % in 2005 en van 2,2 % in 2006.
Kwartaalverloop van het Belgische bbp tegen constante prijzen (kwartaal-op-kwartaalgroei, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden en kalendereffecten)

Een beperkte groeivertraging van de wereldeconomie in 2005

Vergeleken met 2004 is de groei van de wereldeconomie dit jaar verzwakt, zij het in beperkte mate. De conjuncturele situatie vertoont wel duidelijke geografische verschillen. Terwijl de Amerikaanse groei geleidelijk vertraagt naar een meer trendmatig tempo, de Japanse economie herneemt en de Chinese groei zeer hoog blijft, werden voor de eurozone in de eerste jaarhelft eerder lage groeicijfers genoteerd. Toch lijkt het erop dat de economische activiteit in de eurozone momenteel opleeft door de recente depreciatie van de euro, die de buitenlandse bestellingen stimuleert en het ondernemersvertrouwen opkrikt.

De prijs van ruwe olie is echter een belangrijke factor van onzekerheid

De combinatie van een sterk groeiende wereldvraag naar energie en capaciteitsproblemen in de olie-industrie heeft geleid tot recordprijzen voor de olieproducten en een aanzienlijk hogere energierekening voor de gezinnen en de ondernemingen. De prijs per vat ruwe Brent-olie overschreed in augustus de kaap van 60 dollar (t.o.v. 40 dollar begin 2005). Het geringe aanbodoverschot van olieproducten zorgt echter voor zeer volatiele en bijgevolg moeilijk voorspelbare olieprijzen. Het toekomstig verloop van de olieprijs is zoals gebruikelijk gebaseerd op de termijnmarktnoteringen. De jaargemiddelde Brentprijs zou stijgen van 57 dollar per vat dit jaar tot 67 dollar in 2006 (t.o.v. 38 dollar in 2004).

Kleinere groeibijdragen van de netto-uitvoer en de binnenlandse bestedingen in 2005

In vergelijking met vorig jaar, krijgt de Belgische economie in 2005 af te rekenen met een verzwakking van de buitenlandse en - in geringere mate - van de binnenlandse vraag, waardoor de bbp-groei bijna halveert tot 1,4 %. De Europese conjunctuurvertraging blijft niet zonder gevolgen voor de Belgische uitvoer. Die zou slechts met 2,2 % toenemen, tegenover 6,2 % in 2004. De netto-uitvoer zou een negatieve bijdrage leveren tot de economische groei (-0,4 procentpunt, na +0,1 procentpunt in 2004) doordat de invoergroei minder sterk vertraagt. Samen met een ruilvoetverslechtering doet dat het overschot van de lopende verrichtingen met het buitenland krimpen tot 3,1 % van het bbp.

De binnenlandse vraag zou dit jaar met niet meer dan 1,9 % toenemen, na 2,6 % in 2004. De aantrekkende bedrijfs- en overheidsinvesteringen compenseren slechts gedeeltelijk de verzwakking van de particuliere en de overheidsconsumptie. Bovendien valt ook de - in 2004 nog positieve - bijdrage van de voorraadvorming weg.

De toename van de particuliere consumptie blijft in 2005 beperkt tot 1,3 %. Door de zwakke werkgelegenheidsgroei en de hoge olieprijzen bedraagt de koopkrachtstijging amper 0,9 %. Bovendien bevindt de indicator van het consumentenvertrouwen zich sedert mei op een beduidend lager niveau als gevolg van de onzekere economische situatie. De spaarquote trekt daardoor aan in de loop van 2005, maar belandt jaargemiddeld nog 0,3 procentpunt onder het niveau van 2004 (in de loop van dat jaar was er een sterke daling van de spaarquote). Wat de overheidsconsumptie betreft, is de groeiverzwakking toe te schrijven aan de uitgaven voor geneeskundige zorgen. Die uitgaven groeiden in 2004 sneller dan begroot, maar zouden in 2005 binnen de begrotingsdoelstelling blijven.

De investeringsactiviteit van de ondernemingen is dynamischer dan vorig jaar, vooral in de eerste jaarhelft. Mogelijk is een deel daarvan toe te schrijven aan een inhaalbeweging na de jaren 2003-2004, toen de verbetering van de winstmarges gepaard ging met een uiterst zwakke investeringsgroei. Verwacht wordt dat het uitblijven van een robuust herstel van de buitenlandse vraagvooruitzichten, de relatief lage industriële capaciteitsbezettingsgraad, alsook de hoge olieprijzen en de daaruit voortvloeiende aantasting van de winstmarges zullen leiden tot een meer gematigde toename van de investeringen in de tweede helft van 2005 en in 2006.

Het groeipad van de overheidsinvesteringen wordt bepaald door de infrastructuurwerken van de lokale overheden, die een hoge vlucht zouden nemen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2006, en door de verkopen van overheidsgebouwen aan de privésector, die fors zouden terugvallen (die verkopen worden in de nationale rekeningen geboekt als een desinvestering van de overheid, die gecompenseerd wordt door een investering van de ondernemingen). Beide factoren leiden in 2005 tot een aanzienlijke versnelling van de reële groei van de overheidsinvesteringen tot bijna 19 %.

In de loop van 2006 trekt de binnenlandse vraag het economische herstel

De Belgische uitvoergroei zou versnellen tot 5,1 %. Het herstel van de uitvoer sinds midden 2005 zorgt immers voor een aanzienlijk gunstiger startpunt in 2006 dan in 2005. Bovendien zorgt de stabilisering van de wisselkoers van de euro ervoor dat er geen verder competitiviteitsverlies wordt geleden. De sterkere groei van zowel de uitvoer als de binnenlandse vraag wakkert de invoer in die mate aan, dat de netto-uitvoer nauwelijks zou bijdragen tot de economische groei. Het overschot van de lopende verrichtingen met het buitenland daalt verder tot 2,6 % van het bbp als gevolg van de nog steeds ongunstige ruilvoetontwikkeling.

De economische groei zou volgend jaar in belangrijke mate ondersteund worden door de binnenlandse vraag, die een groei van 2,2 % zou laten optekenen. De investeringen van de ondernemingen blijven vrij dynamisch (+2,9 %, na 3,9 % in 2005) en de overheidsconsumptie hervindt een groeitempo dat de vooropgestelde uitgavenstijging in de gezondheidszorg weerspiegelt. Het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen zou met 2 % toenemen. Het koopkrachtverlies dat voortvloeit uit de sterkere toename van de consumptieprijsindex dan van de gezondheidsindex wordt immers gecompenseerd door de fiscale hervorming en het aantrekken van de werkgelegenheid. De particuliere consumptie neemt evenwel niet in dezelfde mate toe (1,6 %) omdat de gezinsspaarquote aantrekt tot 12,7 %. Daarmee zou een einde komen aan de daling van de gezinsspaarquote op jaarbasis, die sedert 2002 de economische activiteit mee ondersteunde. De verklaring ligt bij het consumentenvertrouwen, dat naar verwachting aarzelend zal blijven als gevolg van de situatie op de arbeidsmarkt (de werkloosheidsgraad daalt niet) en de hoge olieprijzen. Daarnaast zetten de overheidsinvesteringen hun dynamiek verder (+14 %), om dezelfde redenen als in 2005.

Onvoldoende banengroei in 2005 en 2006 om de werkloosheid terug te dringen

Jaargemiddeld bedroeg de netto-creatie van arbeidsplaatsen in 2004 24.000 eenheden. Aangezien een conjuncturele afkoeling zich steeds met enige vertraging doet voelen op de arbeidsmarkt, verzwakte de banengroei aanzienlijk in het tweede kwartaal van 2005. Pas vanaf het vierde kwartaal zou de werkgelegenheidscreatie opnieuw versnellen. Geholpen door de gunstige dynamiek in 2004, zou het aantal banen in 2005 jaargemiddeld toch nog met bijna 29.000 eenheden toenemen, wat een lage groei van de arbeidsproductiviteit impliceert. In 2006 zou de kwartaalgroei van de werkgelegenheid verder aantrekken en jaargemiddeld ruim 30.000 bijkomende arbeidsplaatsen opleveren. De werkgelegenheidsgraad zou daardoor licht stijgen van 61,7 % in 2004 tot resp. 61,9 % en 62,1 % in 2005 en 2006. De werkgelegenheidscreatie is echter onvoldoende om de toename van de beroepsbevolking volledig op te vangen, zodat het aantal werklozen nog licht toeneemt. De geharmoniseerde werkloosheidsgraad blijft stabiel in 2005 en 2006. Kwartaalverloop van de binnenlandse werkgelegenheid (gegevens gecorrigeerd voor seizoeninvloeden)

Olieprijzen stuwen de inflatie naar 3 % in 2005 en 2,9 % in 2006

De inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, zou versnellen van 2,1 % in 2004 tot 3 % dit jaar en 2,9 % in 2006. De klim van de olieprijzen zorgt er immers voor dat de inflatie op maandbasis toeneemt tot ongeveer 4 % begin 2006, om vervolgens opnieuw af te koelen. Uitgedrukt in euro, stijgt de prijs per vat ruwe Brent-olie dit jaar met 48 % en in 2006 met 17 % (in 2004 was er reeds een toename met ruim 20 %). De onderliggende inflatie, die de fundamentele tendens van de consumptieprijzen weergeeft, viel in de loop van 2004 nog terug, maar trekt in de loop van 2005 en 2006 aan omdat de hogere olieprijzen doorsijpelen in de prijzen van de overige goederen en diensten. Daardoor stabiliseert de onderliggende inflatie in 2005 op jaarbasis, maar loopt ze op in 2006.

De gezondheidsindex, die niet beïnvloed wordt door de prijsevolutie van motorbrandstoffen, zou net als de voorbije twee jaren minder snel toenemen dan de nationale consumptieprijsindex (2,2 % in 2005 en 2006). Niettemin stijgt de gezondheidsindex sterker dan in 2004, vooral door de hogere stookolie- en gasprijzen. Opsplitsing van het indexcijfer der consumptieprijzen Bijdrage (in %) tot de consumptieprijsinflatie

Als gevolg van de overschrijding van de spilindex in juli 2005, werden de sociale uitkeringen in augustus 2005 en de wedden van het overheidspersoneel in september 2005 met 2 % aangepast aan de toegenomen levensduurte. Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de spilindex (die momenteel 118,47 bedraagt) overschreden worden in mei 2006.

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots