Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Economische begroting 2004 (begrotingscontrole) (20/02/2004)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) heeft aan de federale regering de macro-economische vooruitzichten overgemaakt die moeten dienen als basis voor de begrotingscontrole voor het jaar 2004. In vergelijking met de vooruitzichten van september vorig jaar (initiële begroting 2004) werd de groeiraming voor het bbp tegen constante prijzen licht opwaarts herzien (van 1,8% naar 2,0%). De binnenlandse werkgelegenheid zou in 2004 gemiddeld met 7 000 personen toenemen en de consumptieprijsinflatie zou op 1,5% uitkomen.

In 2003 bedroeg de economische groei in België 1,1% (bbp tegen constante prijzen). Na kwartaal-op-kwartaalgroeivoeten van 0,2% en -0,1% in de eerste twee trimesters, herpakte de groei zich tijdens het tweede halfjaar (kwartaal-op-kwartaalgroeivoeten rond 0,5%). Gedurende de eerste helft van 2004 zou het bbp tegen een gelijkaardig ritme blijven toenemen. In de loop van het jaar zou de groei van de wereldhandel, die sedert de laatste maanden van vorig jaar opvallend sterk is, evenwel aan kracht inboeten en zouden de gevolgen van de duurdere euro zich, met enige vertraging, nadrukkelijker doen gevoelen. Hierdoor zou het groeitempo van de uitvoer en het bbp naar het einde van het jaar enigszins terugvallen. Al bij al zou het bbp tegen constante prijzen in 2004 met 2,0% aangroeien.

Kwartaalverloop van het Belgische bbp tegen constante prijzen (kwartaal-op-kwartaalgroei, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden en kalendereffecten)


Ondanks een remonte in de loop van het jaar groeide de uitvoer in 2003 met amper 1,6% in volumetermen. Met een groei van 4,9% zou de uitvoer dit jaar de drijvende kracht zijn achter de herneming van de finale vraag. Nochtans zou zich in de loop van het jaar een lichte terugval in de dynamiek van de uitvoer aftekenen en zou het verlies aan marktaandelen, als gevolg van de duurdere euro, iets hoger uitvallen dan vorig jaar.

Vorig jaar was de reële groei van de consumptie van de gezinnen (1,7%) beduidend hoger dan de toename van hun reëel beschikbaar inkomen (0,7%), waardoor hun spaarquote gevoelig afnam (van 16,2% in 2002 tot 15,4% in 2003). Het (verrassend) sterk opveren van het gezinsverbruik volgde op twee jaren waarin de consumenten hun vinger halsstarrig op de knip hielden en moet tot op zekere hoogte dus gezien worden als een inhaalvraag. Ook de verbetering van het beursklimaat vanaf de lente van vorig jaar droeg bij tot de herboren consumptiedynamiek. Momenteel wordt er vanuit gegaan dat de gezinnen hun spaarquote pas verder zullen afbouwen wanneer de situatie op de arbeidsmarkt waarneembaar opklaart. De werkloosheidsgraad zou in de loop van de komende maanden echter nog licht oplopen om pas tegen het einde van het jaar te stabiliseren, wat een verdere daling van de spaarquote in de weg staat. De spaarquote van de gezinnen zou zich dit jaar dus handhaven in de buurt van het peil van vorig jaar, waardoor de particuliere consumptie eenzelfde groei zou kennen als het reëel beschikbaar gezinsinkomen (1,6%).

De bedrijfsinvesteringen klommen vorig jaar uit het dal waarin ze in 2002 verzeild waren geraakt. Onder impuls van het herstel van de bedrijfsrendabiliteit, blijvend lage interestvoeten en verbeterde vraagvooruitzichten zou de reële groei van de bedrijfsinvesteringen dit jaar verder oplopen tot 3%. Ook de investeringen in woongebouwen knoopten vorig jaar, na twee jaar van achteruitgang, opnieuw aan met een positieve groei (1,3%). Enquêtes bij architecten omtrent de evolutie van ontwerpen van woningen laten alvast uitschijnen dat deze opwaartse trend zich in de loop van dit jaar zal verderzetten. In 2004 zouden de woningbouwinvesteringen met 2,7% toenemen. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 zouden ten slotte ook de overheidsinvesteringen dit jaar aan kracht winnen (1,8%). Al bij al zou de reële groei van de bruto vaste kapitaalvorming dit jaar aansterken tot 2,8%, wat hoger is dan de gemiddelde groei tijdens de afgelopen drie jaar, maar nog een eind verwijderd is van de opmerkelijke groeivoeten die tijdens de jaren 1997-2000 werden genoteerd.

Vorig jaar leidde de robuuste binnenlandse vraag in combinatie met de tegenvallende uitvoer tot een aanzienlijke negatieve bijdrage (-1,2%) van de netto-uitvoer tot de groei van het bbp. Dankzij de forse herneming van de uitvoer en de minder sterke groei van de binnenlandse vraag zou die negatieve bijdrage dit jaar worden omgebogen in een licht positieve bijdrage (0,2%).

Sedert het laatste kwartaal van 2001 evolueert de binnenlandse werkgelegenheid in dalende lijn; sindsdien gingen in netto-termen ruim 38 000 arbeidsplaatsen verloren. In 2004 zou een geleidelijke toename van de werkgelegenheid worden opgetekend. Aan het eind van het jaar zou de werkgelegenheid ongeveer 16 500 personen hoger liggen dan eind vorig jaar. Wegens het lage startpunt begin dit jaar en het feit dat de toename trapsgewijs verloopt, zou de werkgelegenheid in jaargemiddelde evenwel slechts 7 000 eenheden boven het gemiddelde peil van vorig jaar uitkomen. De werkgelegenheidsgraad (verhouding tussen totale werkzame bevolking en bevolking op arbeidsleeftijd) zou dit jaar, na twee jaar van achteruitgang, stabiliseren op 61,3%. Na een gevoelige toename tijdens de afgelopen twee jaar zou de werkloosheidsgraad dit jaar nog een lichte stijging te zien geven.

Kwartaalverloop van de binnenlandse werkgelegenheid (gecorrigeerd voor seizoeninvloeden)

 
De inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, zou dit jaar met 1,5% toenemen, na 1,6% in 2003. Die lichte terugval is het resultaat van twee tegengestelde bewegingen. Enerzijds zou de onderliggende inflatie, die de fundamentele tendens van de consumptieprijzen weergeeft, als gevolg van de voorbije appreciatie van de euro en de matige ontwikkeling van de loonkosten per eenheid product, beduidend afnemen (van 2,0% in 2003 tot 1,6% dit jaar). In januari 2004 bedroeg de onderliggende inflatie 1,75% (jaar-op-jaar stijging). Anderzijds dooft dit jaar het neerwaartse effect van de afschaffing/vermindering van het kijk- en luistergeld zo goed als uit. De gezondheidsindex zou in 2004 met 1,4% toenemen, na een groei van 1,5% in 2003.

Als gevolg van de overschrijding van de spilindex in mei 2003, werden de sociale uitkeringen in juni 2003 en de wedden van het overheidspersoneel in juli 2003 met 2 % aangepast aan de toegenomen levensduurte. Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de spilindex (momenteel 113,87) in 2004 niet overschreden worden.
 

Focus: Post mortem analyse na 10 jaar economische begroting

De macro-economische kortetermijnvooruitzichten die vereist zijn voor het opstellen van de federale begroting, kortweg ‘economische begroting’ genoemd, worden sedert 1994 opgesteld door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Binnen het INR wordt de taak van het voorbereiden van de economische begroting toevertrouwd aan het Federaal Planbureau. Het begrotingsproces in België verloopt in twee rondes. Op het einde van de zomer wordt de initiële begroting voor het komende jaar opgesteld, uitgaande van de macro-economische omgeving uit de economische begroting. In februari van het jaar daarop wordt een updating van de economische begroting gemaakt ten behoeve van de begrotingscontrole.

Recent werd een post mortem analyse gemaakt waarin de vooruitzichten uit de economische begrotingen van de afgelopen tien jaar inzake economische groei (bbp tegen constante prijzen) en consumptieprijsinflatie vergeleken worden met de realisaties. De belangrijkste conclusie van die analyse luidt dat de vooruitzichten niet vertekend zijn. Dit betekent dus dat de gemaakte voorspellingsfouten geen systematische bias vertonen in de ene of andere richting, maar dat we over de onderzochte periode mogen gewagen van neutrale vooruitzichten. Die en andere conclusies van de post mortem analyse kunnen worden nagelezen in het volgende nummer (1-04) van de kwartaalpublicatie ‘Short Term Update’ van het Federaal Planbureau (vermoedelijke publicatiedatum: 11 maart).

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots