Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Economische Begroting 2002 (22/02/2002)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de Economische Begroting 2002 meegedeeld aan de Minister van Economie, op basis van een voorstel van het Federaal Planbureau (FPB). Deze Economische Begroting dient als basis voor de controle van de federale ontvangsten- en uitgavenbegrotingen voor het jaar 2002.

Een zwakke economische groei in 2001 en 2002

De groei van de wereldhandel, die in 2000 een uitzonderlijk jaar kende, is pijlsnel teruggevallen en heeft het voorbije jaar negatieve kwartaal-op-kwartaal groeicijfers laten optekenen. Deze terugval in de wereldhandel is het gevolg van een gelijktijdige vertraging in de drie voornaamste economieën (de Verenigde Staten, Japan en de Europese Unie), waarbij de eerste twee zelfs een recessie inzetten in de zomer van het jaar 2001. De aanslagen van 11 september en de economische en politieke gevolgen daarvan zorgden uiteraard voor een verdere verslechtering van die situatie. In de landen van de eurozone werd de neergang van de export in het eerste kwartaal van 2001 al snel gevolgd door een terugval in de investeringen en door een sterke voorraadafbouw.

De voorzichtige heropleving die volgens bepaalde indicatoren zou ingezet worden in de Verenigde Staten in het eerste kwartaal van dit jaar zou, samen met het eindigen van de voorraadafbouw, moeten toelaten dat de wereldhandel terug positieve groeicijfers laat optekenen. Tijdens het eerste halfjaar van 2002 zou de herneming van de wereldhandel echter nog vrij matig blijven. In die omstandigheden zou de gemiddelde jaarlijkse groei van de wereldhandel dit jaar lager uitvallen dan 2 %, tegenover meer dan 11 % in 2000 en vrijwel een stagnatie in het voorbije jaar.

Figuur 1 - Wereldhandel: invoer van goederen
Kwartaal-op-kwartaal groeivoeten in volume

De Belgische economie werd zwaar getroffen door de vertraging van de wereldhandel. Zo zou de jaar-op-jaar groei van het bbp (die in het eerste kwartaal van 2001 nog bijna 3 % bedroeg) negatief geweest zijn op het einde van het jaar. Net zoals in de andere landen van de eurozone werd deze neergang ingezet door een terugval van de export, die snel gevolgd werd door een verzwakking van de bedrijfsinvesteringen en een drastische voorraadafbouw. Het bbp zou in 2001 een gemiddelde jaarlijkse groei van ongeveer 1,0 % gekend hebben.

In 2002 zou het bbp een bijna identieke gemiddelde jaarlijkse groei vertonen (0,9 %), waarachter niettemin een sterk verschillende samenstelling en dynamiek schuilgaan. Het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen zou met 2,0 % toenemen, dankzij een indexering van de lonen en de sociale uitkeringen die hoger ligt dan de inflatie, de verdere afbouw van de aanvullende crisisbelasting en de belastingverlagingen die werden toegekend in het kader van de hervorming van de personenbelasting. De particuliere consumptie zou daarentegen een stuk minder snel toenemen (+0,9 %), door de toename van de werkloosheid en de afbrokkeling van de waarde van het financiële vermogen van de gezinnen gedurende het voorbije jaar. De spaarquote zou dan ook gevoelig toenemen dit jaar tot 15,5 %, tegenover 14,6 % in 2001. Zoals bevestigd wordt door de architectenenquête, zouden de investeringen in woningbouw dit jaar verzwakken en een gemiddelde jaarlijkse groei kennen van slechts 0,5 %.

Figuur 2 - Verloop van het bbp op kwartaalbasis
Kwartaal-op-kwartaal groeivoeten in constante prijzen

De bedrijfsinvesteringen zouden hun rol van accelerator van de economische groei pas spelen vanaf de tweede helft van dit jaar. De achteruitgang van de rendabiliteit van de bedrijven gedurende de voorbije jaren staat echter een krachtig herstel van de bedrijfsinvesteringen in de weg. De bedrijfsinvesteringen zouden bijgevolg slechts een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,6 % laten optekenen in 2002. Het fenomeen van de voorraadafbouw dat zich voordeed in het voorbije jaar, zou geleidelijk verdwijnen, zodat de voorraadwijzigingen in 2002 een positieve bijdrage tot de economische groei van 0,5 % kunnen leveren. Na een eerste kwartaal dat gekenmerkt wordt door de gevolgen van het faillissement van SABENA, zou de export opnieuw aan kracht moeten winnen onder impuls van de herneming van de groei van de wereldhandel en uiteindelijk een jaar-op-jaar groei bereiken van 5 % op het einde van het jaar. Over het volledige jaar zou de exportgroei echter niet meer dan 1,4 % bedragen. De herneming van de binnen- en de buitenlandse vraag zou een importgroei van goederen en diensten van ongeveer 2 % teweegbrengen. Het saldo van de lopende rekening (betalingsbalans) zou, ondanks een lichte verbetering van de ruilvoet, dit jaar terugvallen tot 4,7 % van het bbp, tegenover 5,1 % in 2001.

De werkgelegenheid wordt met vertraging beïnvloed door de economische activiteit

De terugval in de economische activiteit, gemeten aan de hand van de jaar-op-jaar groei van de toegevoegde waarde in de privé-sector, begon vanaf het vierde kwartaal van 2000. De effecten hiervan op de werkgelegenheid werden pas duidelijk vanaf het tweede semester van het voorbije jaar. Uitgedrukt in jaargemiddelden ging de totale binnenlandse werkgelegenheid erop vooruit met ongeveer 45 000 personen in 2001, wat overeenkomt met een groei van 1,1 %. Dat betekent dat de arbeidsproductiviteit gemeten per uur slechts met 0,7 % zou toegenomen zijn in 2001.

In 2002 zou de herneming van de economische activiteit pas tegen het einde van het jaar positieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. In die omstandigheden zou de binnenlandse werkgelegenheid dit jaar met gemiddeld 2 000 eenheden terugvallen.

Figuur 3 - Evolutie van de toegevoegde waarde en de tewerkstelling in de privé-sector
Jaar-op-jaar groeivoeten

Als gevolg hiervan, zou de werkgelegenheidsgraad (uitgedrukt als de werkende beroepsbevolking in procent van de bevolking op arbeidsleeftijd) teruglopen in 2002 en zou die zich op 30 juni op 59,3 % bevinden, tegenover 59,6 % een jaar eerder. Het aantal werklozen, gemeten volgens de definitie van het federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, zou uitgedrukt in jaargemiddelden, oplopen van 469 500 in 2001 tot 492 500 dit jaar. (Deze cijfers houden rekening met de wijzigingen in de ramingsmethode van het aantal werkzoekenden die doorgevoerd werden door FOREM (vanaf november 2001) en BGDA (vanaf januari 2002).

De inflatie onder de grens van 2 % in 2002

De inflatie gemeten aan de hand van het nationale indexcijfer der consumptieprijzen evolueert reeds enkele maanden in dalende lijn. Tijdens het laatste kwartaal van vorig jaar werd een consumptieprijsinflatie van 2,2 % genoteerd, een daling met bijna een procentpunt tegenover het piekniveau van mei 2001. De onderliggende inflatie daarentegen vertoonde tot november vorig jaar een stijging en gaf pas rond de jaarwisseling een keerpunt te zien. Het ziet er dus naar uit dat de sinds enkele maanden geobserveerde lagere ingevoerde inflatie uiteindelijk begint door te spelen in de onderliggende inflatie. Voor 2002 wordt een verdere afkoeling van de onderliggende inflatie verwacht (van een niveau van ongeveer 3 % in januari tot 2 % in december).

Een andere factor die de geobserveerde inflatie in 2002 neerwaarts zal beïnvloeden, is de afschaffing van het kijk- en luistergeld in Vlaanderen en Brussel. Bij wijze van werkhypothese wordt aangenomen dat de afschaffing van het kijk- en luistergeld in twee stappen zal doorgerekend worden in het indexcijfer: de helft in april, de helft in oktober. Het gevolg is een daling van het indexcijfer in april met 0,3 procentpunt en in oktober met nog eens 0,3 punt in vergelijking met een situatie waarin het kijk- en luistergeld op het niveau van december 2001 zou gehandhaafd worden. Dat drukt de jaargemiddelde groeivoet van het nationale indexcijfer der consumptieprijzen in 2002 met 0,29 procentpunt (0,32 procentpunt voor de jaargemiddelde groeivoet van de gezondheidsindex).

Al bij al zou de consumptieprijsindex dit jaar met 1,6 % toenemen, tegenover 2,5 % vorig jaar. Aangezien in de gezondheidsindex benzine en diesel uitgesloten zijn, zal die index een iets sterkere groei laten optekenen dan de traditionele index, nl. 1,8 % dit jaar (na een toename met 2,7 % in 2001).

In januari 2002 werd de spilindex voor de overheidssector overschreden. Als gevolg hiervan worden de sociale uitkeringen in februari en de lonen en wedden van het overheidspersoneel in maart met 2 % aangepast aan de gestegen levensduurte. In overeenstemming met onze maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de volgende overschrijding van de spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen (die momenteel 111,64 bedraagt) niet voor het einde van dit jaar plaatsvinden.

Onzekerheden in verband met de herneming van de wereldeconomie in 2002

Vergeleken met de vooruitzichten van oktober die werden opgesteld in de nasleep van de aanslagen van 11 september lijkt de huidige politieke en de militaire situatie in de wereld minder onrustwekkend. Bovendien lijkt de economische situatie zich, in het bijzonder in de Verenigde Staten te stabiliseren, en bepaalde indicatoren lijken het scenario van een herneming tijdens het voorjaar te bevestigen. In de eurozone daarentegen, waar de herneming van de groei pas voorzien wordt in het tweede semester, laten tastbare bewijzen van een herneming voorlopig op zich wachten. Japan lijkt niet in staat om snel uit de deflatoire spiraal te geraken en zou zich in 2002 voor het tweede opeenvolgend jaar in een recessie bevinden.

De huidige vooruitzichten gaan uit van een herneming van de wereldhandel die zich pas tegen het einde van het jaar op kruissnelheid zou bevinden. De positieve effecten hiervan op de economische groei zullen zich vooral in 2003 manifesteren. Een krachtige herneming vroeger in het jaar zou evenwel gunstige effecten hebben op de groei van de economische activiteit in Europa en België, op voorwaarde echter dat die heropleving niet opnieuw aanleiding zou geven tot een toename van de olieprijzen.

 

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots