Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Wat als de vergrijzing anders zou worden geteld? (08/09/2020)

Ouderdom zou dan niet worden gekoppeld aan het aantal reeds geleefde jaren, maar aan het aantal nog te leven jaren.

Het klassieke verhaal van bevolkingsvergrijzing

Om de vergrijzing van de bevolking te meten, worden traditioneel meerdere demografische indicatoren voorgesteld. Hieronder vallen bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd van de bevolking, het aandeel van de 67-plussers in de bevolking of de demografische afhankelijkheidsratio van de ouderen. Die indicatoren zijn gebaseerd op de chronologische leeftijd, namelijk het aantal reeds geleefde jaren van een persoon. Het verhaal blijft hetzelfde, ongeacht de gekozen indicator: het aandeel van de ouderen in de totale bevolking stijgt. Dat zorgt voor uitdagingen op het gebied van de financiering van de sociale zekerheid (stijging van de pensioenkosten, toename van de gezondheidszorguitgaven, enz.) maar ook op het gebied van de maatschappelijke organisatie (huisvesting voor ouderen, intergenerationele solidariteit, discriminatie op grond van leeftijd, enz.).

‘Het aantal nog te leven jaren’: een alternatieve manier om de vergrijzing te meten

Een 67-plusser in 2020 heeft gemiddeld genomen niet dezelfde kenmerken als een 67-plusser in 1960 of 2050. Dankzij de ontwikkelingen van onze samenlevingen (levensomstandigheden, toegenomen opleidingsniveau, medische vooruitgang, enz.) leven we niet alleen langer, maar doen we dat ook in goede gezondheid. Om rekening te houden met die evolutie, kan de vergrijzing worden berekend door de bevolking in categorieën onder te verdelen volgens het aantal nog te leven jaren, namelijk de prospectieve leeftijd (in 2005 ingevoerd concept door W.C. Sanderson en S. Scherbov in Nature).

Die alternatieve manier om de vergrijzing te meten, gaat uit van het idee dat een individu in de tijd kan worden vergeleken niet op basis van het aantal reeds geleefde jaren, maar op basis van het aantal nog te leven jaren.

Voorbeeld: het aandeel 67-plussers zou stijgen van 17 % in 2019 tot 24 % in 2070. In 2019 bedraagt het gemiddelde aantal nog te leven jaren 18 jaar voor een 67-plusser. En zou het aandeel van de individuen die minder dan 18 jaren te leven hebben, stijgen van 17 % in 2019 tot 18 % in 2070. De vergrijzing van de bevolking op basis van de prospectieve leeftijd is dus minder uitgesproken.

Een alternatief, maar complementair verhaal!

Wanneer de impact van de vergrijzing op de pensioenkosten moet worden geëvalueerd, lijkt het zinvol om uit te gaan van een vergrijzingsindicator die gebaseerd is op de wettelijke pensioenleeftijd. De grens tussen de individuen op arbeidsleeftijd en die op pensioenleeftijd is wettelijk vastgelegd.

Om de impact van de vergrijzing op de toekomstige evolutie van de kosten in verband met gezondheidszorg te berekenen, zou een benadering op basis van het gemiddelde aantal nog te leven jaren relevant kunnen zijn. De uitgaven voor geneeskundige zorgen stijgen fors tijdens de laatste levensjaren. Met de stijging van de levensverwachting beginnen die laatste jaren op hogere leeftijd, wat niet wordt opgepikt door een indicator op basis van de chronologische leeftijd, maar wel door een indicator op basis van de prospectieve leeftijd.

Achter dat alternatieve verhaal gaat een krachtige hypothese schuil: de stijging van de levensverwachting gaat, ten minste gedeeltelijk, gepaard met een toename van de levensverwachting in goede gezondheid. Die hypothese zou verder moeten worden bestudeerd.

  Verwante documenten

None

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots