Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Homogenising detailed employment data [Working Paper 06-11]

In the national accounts labour inputs are collected by industry. Homogenising means transforming labour inputs by industry into labour inputs by product. This homogenisation is done using mathematical techniques. The paper compares the results for two wellknown techniques (product technology and industry technology) and discusses the effects of homogenisation on Belgian data for the years 2000 and 2005. Labour inputs are detailed by gender and education level. An additional distinction is made between employees and self-employed. The paper proposes a solution for the negatives problem that arises when applying the product technology model in the case of self-employed workers. It also assesses the plausibility of results by showing the effects of homogenising on wage costs and value added per head as well as on the ranking of industries by education level. The product and the industry technology model yield significantly different results, most particularly for the employment use of wholesale and retail trade. The results of the product technology model are judged to be most plausible.

Synthese

In de nationale rekeningen (NR) wordt een onderneming ondergebracht bij de bedrijfstak die beantwoordt aan haar hoofdactiviteit. Naast hun hoofdactiviteit hebben vele ondernemingen ook nevenactiviteiten zoals groothandel, softwareontwikkeling, O&O, immobiliën en verhuur of hotel en restaurant. Deze activiteiten hebben hun eigen bedrijfstak, maar worden ook voortgebracht buiten die bedrijfstak. Aangezien ondernemingen vaak meer dan één product vervaardigen, zijn de bedrijfstakken in de NR niet homogeen.

Homogeniseren is het transformeren van een variabele per bedrijfstak in een variabele per product. Elke activiteit (of product) is hetzij één goed of één dienst. Al de kernvariabelen in de NR, inclusief toegevoegde waarde, loonkosten en werkgelegenheid per bedrijfstak kunnen gehomogeniseerd worden. Deze paper behandelt de homogenisering van de werkgelegenheid in termen van aantal personen. Hij beschrijft ook de effecten van de homogenisering op de loonkosten en de toegevoegde waarde per hoofd. Het opstellen van een homogene werkgelegenheidsreeks is een onderdeel van het verplicht programma voor de overdracht van de NR aan Eurostat.
Die reeks wordt als aanvullende informatie weergegeven onderaan de input-outputtabel.

Naast de werkgelegenheidsdata per bedrijfstak, is de enige datavereiste om homogene werkgelegenheidsdata te genereren een Maaktabel (tabel van binnenlandse productie). Een Maaktabel specificeert de output van elke bedrijfstak per product. Uitgaande van deze Maaktabel, gebeurt de homogenisering met behulp van wiskundige methodes. De paper vergelijkt de resultaten voor twee bekende methodes, producttechnologie en bedrijfstaktechnologie, en bespreekt de effecten van de homogenisering op Belgische data voor de jaren 2000 and 2005.

De werkgelegenheid wordt opgedeeld per geslacht en scholingsgraad en in de categorieën zelfstandigen en werknemers. Die opdelingen leiden tot een vermenigvuldiging van de te homogeniseren cellen. In theorie kan dat het probleem van de negatieve waarden, dat gepaard gaat met het theoretisch superieure producttechnologiemodel, verslechteren. Dat probleem werd beperkt door twee speciale groepen arbeidskrachten op te splitsen: zelfstandige bedrijfsbestuurders en tijdelijke werknemers. Beide groepen worden uitsluitend binnen één activiteit ingezet en worden daarom beter niet opgenomen in het homogeniseringsproces.

Zowel het producttechnologiemodel als het bedrijfstaktechnologiemodel bieden een redelijk vergelijkbare en stabiele classificatie van bedrijfstakken wat betreft de inzet van hooggeschoolde arbeid, toegevoegde waarde en productie per hoofd. Het producttechnologiemodel is geneigd de verschillen tussen activiteiten te vergroten, terwijl het industrietechnologiemodel ze eerder verkleint. Activiteiten waarvoor veel (minder) hoogopgeleiden of meer (minder) vrouwen worden ingezet, doen dat nog meer (minder) na homogenisering door het producttechnologiemodel.

Voor de ratio’s van de toegevoegde waarde per werkende en van de loonkosten per werknemer wordt een vergelijkbaar resultaat verkregen. De activiteiten met de hoogste toegevoegde waarde per werknemer (bv. Elektriciteit, gas, stoom en warm water; Immobiliën en verhuur en Raffinaderijen, farmaceutische en chemische industrie) hebben dus een nog hogere ratio na de homogenisering van de toegevoegde waarde en werknemers op basis van het producttechnologiemodel.

In vergelijking met hun niet-gehomogeniseerde bedrijfstak “winnen” sommige activiteiten, waaronder groothandel, Informatica en aanverwante activiteiten en O&O aan tewerkstelling terwijl anderen, waaronder Kleinhandel en Openbaar bestuur aan tewerkstelling “verliezen”.

In vergelijking met hun niet-gehomogeniseerde bedrijfstak “winnen” sommige activiteiten aan werkgelegenheid, terwijl andere er “verliezen”. De activiteiten die het meest aan werkgelegenheid“ winnen” zijn Groothandel, Informatica en aanverwante activiteiten en O&O, Machines apparaten en werktuigen, elektrische en elektronische apparaten, alsook Overige gemeenschapsvoorzieningen en sociale, culturele en persoonlijke diensten. De activiteiten die werkgelegenheid verliezen zijn Kleinhandel en Openbare besturen. Dat betekent dat die bedrijfstakken in 2000 en 2005 arbeidskrachten inzetten om nevenactiviteiten uit te voeren.

Wanneer werkgelegenheid enkel opgedeeld wordt per geslacht en scholingsgraad zorgt de toepassing van producttechnologie nauwelijks voor een probleem van negatieve waarden. De resultaten in termen van werkgelegenheid per activiteit liggen nochtans bijna even ver van de resultaten voor bedrijfstaktechnologie als de oorspronkelijke gegevens voor de werkgelegenheid per bedrijfstak. De resultaten van het bedrijfstaktechnologiemodel worden als ongeloofwaardig beschouwd met als voornaamste reden dat het te veel arbeidskrachten van kleinhandel naar groothandel overbrengt.

Wanneer een onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers en zelfstandigen leidt de toepassing van producttechnologie tot negatieve waarden in de groep zelfstandigen, terwijl de resultaten van de bedrijfstaktechnologie niet plausibel zijn. Sommige negatieve waarden worden veroorzaakt door de aanwezigheid van secundaire marktactiviteiten in niet-marktdiensten. Voor de uitvoering van die marktactiviteiten doen die bedrijfstakken geen beroep op zelfstandigen, maar dat wordt niet onderkend door het producttechnologiemodel.

Om dat probleem op te lossen, worden de zelfstandigen en werknemers met dezelfde scholingsgraad en hetzelfde geslacht beschouwd als perfecte substituten. Wanneer de negatieve waarden voor zelfstandigen vervangen worden door de gepaste positieve of nulwaarden, worden de resultaten voor werknemers verkregen als het verschil tussen de gehomogeniseerde reeks voor alle arbeidskrachten en die voor de zelfstandigen. Die benadering levert plausibele werkgelegenheidscijfers en lonen per hoofd voor werknemers.

  Verwante documenten

None

  PDF & Download

  Auteurs


 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots