Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Belgium 2.0 Naar een succesvolle digitale transformatie van de economie: de rol van breedbandinfrastructuur en andere elementen [OPREP201511]

In de context van de verdergaande structurele transformatie van de economie (en een slabakkende globale productiviteitsgroei) richten beleidsmakers en overheden in de meeste ontwikkelde landen (ook in België) hun hoop in toenemende mate op de digitalisering van de economie als drijfveer voor een transformatie richting een kennis- en innovatiegedreven economie. Als “general purpose technology” biedt ICT opportuniteiten die de zuivere ICT-sectoren overstijgen en kan het op die manier de welvaart en het maatschappelijk welzijn gevoelig verhogen. Naast de impact op de productiviteit kan verdere digitalisering bovendien potentieel ook bijdragen aan oplossingen voor een aantal complexe uitdagingen waarmee de maatschappij geconfronteerd wordt zoals demografische veranderingen (vergrijzing), de toenemende vraag naar mobiliteit, de transitie naar hernieuwbare energieproductie,…

De ervaring heeft geleerd dat digitalisering inderdaad een positieve invloed kan hebben op de productiviteitsgroei. Zeker in de VS, waar de digitalisering effectiever werd aangewend dan in de meeste Europese landen, heeft het digitaliseringsproces tussen 1995 en 2005 voor een sterke groei van de productiviteit gezorgd. Hoewel de productiviteitsgroei ook daar inmiddels weer het peil van vóór 1995 heeft bereikt, wordt door velen verwacht dat een nieuwe golf van digitale ontwikkelingen een aanzienlijke impact kan genereren op de productiviteit en het maatschappelijk welzijn. Niet iedereen is echter even optimistisch over het potentieel van digitalisering voor economische groei (zie bijvoorbeeld Wolf, 2015). Sommigen stellen zelfs dat de ICT-gedreven productiviteitsgroei in de VS over de periode 1995-2003 uitzonderlijk was en dat de verwachte productiviteitsgroei in de toekomst wellicht lager zal zijn (Fernald, 2014). Niettemin biedt de verdere digitalisering van de economie mogelijks kansen om de lage groei van de arbeidsproductiviteit (ook in België) structureel op te drijven (van Ark, 2014a,b en 2015). Met het oog op economische groei en jobs is het daarom belangrijk dat België voldoende voorbereid is op de volgende golf van digitale technologieën zoals mobiele communicatie, sociale media, “cloud”-toepassingen, Big Data, het “Internet of Things”,…

Het “disruptieve” karakter van het digitaliseringsproces houdt ook een aantal uitdagingen in, niet in het minst op het vlak van de arbeidsmarkt. Hoewel verwacht wordt dat de digitale transformatie van de economie zal leiden tot nettojobcreatie zal ze ook gepaard gaan met de vernietiging van jobs (te meer daar ICT toelaat om bepaalde activiteiten gemakkelijker te delokaliseren). Dat betekent dat werknemers zich zullen moeten aanpassen aan de digitale economie en zullen moeten beschikken over de juiste (digitale) vaardigheden. Voor overheden zou het nuttig zijn om een zicht te hebben op de winnaars en de verliezers van het digitaliseringsproces om zo de negatieve impact ervan te kunnen verzachten. Een andere uitdaging is de bescherming van consumenten en werknemers in nieuwe economische omgevingen zoals de deeleconomie, evenals het zorgen voor eerlijke concurrentie met de bestaande bedrijven. Maar ook het vermijden van de digitale kloof, het waarborgen van de privacy, digitale veiligheid, intellectuele rechten... zijn belangrijke aandachtspunten.

Digitalisering is een complex proces gedreven door de interactie van de verschillende elementen in het digitale ecosysteem: de ICT-sectoren (aanbodzijde), andere economische en maatschappelijke actoren (vraagzijde), de digitale infrastructuur en de institutionele omgeving. Op basis van de beschikbare gegevens lijkt het digitaliseringsproces in heel wat Europese landen trager op gang te zijn gekomen dan in de V.S. en heeft het in verschillende landen, waaronder België, (alsnog) onvoldoende de verwachte resultaten opgeleverd. Hoewel de Belgische economie in haar geheel niet minder digitaal lijkt dan die in de buurlanden, kunnen we niet echt spreken van een ICT-specialisatie in België. Wat de levering van ICT-diensten betreft presteert België weliswaar vrij gemiddeld in Europees perspectief, echter voor de productie van ICT-goederen is de positie heel zwak (een positie die in het verleden nochtans beter is geweest). Op het vlak van ICT-gebruik scoort België op een aantal gebieden vrij goed (voorbeelden zijn het gebruik van ERP-software door bedrijven, toepassingen zoals Tax-on-Web,…). De Digital Agenda Scoreboard Key Indicators tonen echter aan dat België voor heel wat toepassingen ook niet bij de top behoort. Dit geldt zowel voor ICT-gebruik door bedrijven als door consumenten en de overheid.

We kunnen besluiten dat de digitalisering van de economie potentieel kan bijdragen tot een toename van de welvaart en het maatschappelijk welzijn. De Belgische economie lijkt niet minder gedigitaliseerd dan die van de buurlanden, maar we kunnen zeker niet spreken van een ICT-specialisatie in België en ook qua gebruik van ICT-toepassingen behoren Belgische ondernemingen, consumenten en de overheid vaak niet tot de Europese top.

Een centraal element in het faciliteren en stimuleren van het digitaliseringsproces is de kwaliteit van de digitale infrastructuur. Een inadequate digitale infrastructuurmix zal immers het gebruik van digitale technologieën door consumenten en ondernemingen belemmeren en een rem zijn op de ontwikkeling van een innovatieve ICT-sector. Omgekeerd is de vraag naar en het aanbod van digitale technologieën een belangrijke drijfveer voor de ontwikkeling van een hoogstaande digitale infrastructuur. De interactie tussen deze verschillende elementen wordt in grote mate bepaald door de institutionele omgeving (markt, regelgeving, digital skills, vertrouwen, cultuur, innovatie, ondernemerschap,…).

Er bestaat heel wat empirische evidentie voor de positieve impact van breedbandpenetratie en –snelheid op groei en jobs. Er bestaat echter minder onderzoek naar de economische impact van investeringen in supersnel internet, maar de verwachtingen zijn niettemin hoog. De OESO spreekt in dit kader van ‘economics of abundance’: overvloedige capaciteit stimuleert bedrijven om te innoveren en nieuwe ideeën uit te proberen en creëert zo nieuwe opportuniteiten die op voorhand onmogelijk in te beelden zijn. Veel van de economische voordelen van investeringen in technologieën zoals glasvezel zullen daarom pas evident worden eens de netwerken uitgerold zijn. Bovendien dient opgemerkt dat naast economische waarde potentieel ook andere maatschappelijke waarde wordt gecreëerd, die vaak moeilijker kwantificeerbaar is.

Wat de kwaliteit van de vaste netwerken betreft presteert België op dit moment heel goed, zowel qua dekking als qua snelheid. Wat betreft de dekkingsgraad van zogenaamde ‘Next Generation Acces’ (NGA)-netwerken (dit zijn netwerken met een downloadcapaciteit van meer dan 30 Mbps) voert België zelfs de Europese lijst aan. De relatieve positie voor het aantal abonnementen (uptake) met een snelheid van 100 Mbps of meer, is dan weer iets zwakker.

Wat mobiel breedband betreft, is de dekking in België relatief traag op gang gekomen. Maar inmiddels is er in België wel een relatief goede dekking (zowel wat 3G als 4G betreft). België is wel (nog steeds) geen koploper op het vlak van de uptake van mobiel breedband: het aantal mobiele breedbandabonnementen als percentage van de bevolking is bij de laagste van de EU-15.

De algemene verwachting is dat het dataverkeer de komende jaren sterk zal stijgen. Enerzijds zal er meer verkeer over het internet zijn door de toenemende penetratie van smartphones en tablets, de verdere ontwikkeling van het Internet of Things, de toenemende tendens van bedrijven/consumenten om applicaties naar de cloud te verplaatsen… Anderzijds worden ook meer en meer zwaardere (video)toepassingen verwacht. Algemeen wordt ook een spectaculaire stijging van het mobiele internetverkeer voorspeld. Het is dan ook belangrijk dat zowel het vaste als het mobiele netwerk dit extra verkeer kunnen blijven dragen. Dit vereist niet enkel investeringen in capaciteit, maar ook in kwaliteit. Betrouwbaarheid en veiligheid van het internet zijn belangrijke eisen waaraan een netwerk moet voldoen. Maar voor real-time toepassingen (bv. zelfrijdende auto’s, geneeskunde van op afstand…) is bijvoorbeeld ook een lage ‘latency’ (het tijdsinterval tussen tijdstip van zending en tijdstip van ontvangst van een datapakket) belangrijk. Ook symmetrie is voor meer en meer toepassingen vereist. Videoconferencing, cloud computing, het Internet of Things,… vereisen niet alleen een goede downloadsnelheid, maar ook een voldoende hoge uploadsnelheid.

Operatoren reageren op verschillende manieren op deze toenemende verwachtingen. Wat het vaste netwerk betreft, wordt in België voornamelijk ingezet op het upgraden van eerste generatie netwerken (vectoring van VDSL koper-netwerken of toepassing van DOCSIS 3.1 ingeval van kabelnetwerken). Dit leidt tot steeds hogere snelheden. De extra investeringen die de Vlaamse kabeloperator plant tussen 2014 en 2019 (de Grote Netwerf) zullen zelfs snelheden tot 1 Gbps toelaten. Echter, de maximum haalbare snelheden op de overige vaste netwerken blijven een stuk lager dan de snelheden die mogelijk zijn wanneer glasvezel tot bij de eindgebruiker wordt gebracht (‘Fiber to the Home’ of FTTH). Ook andere kwaliteitselementen (latency, symmetrie…) zijn minder goed dan in het geval van FTTH. Deze laatste netwerkarchitectuur wordt door heel wat actoren op dit moment dan ook gezien als de ultieme oplossing op lange termijn. De keerzijde is evenwel de hoge kost voor de uitrol van dergelijke netwerken.

In bepaalde landen wordt al volop geïnvesteerd in FTTH. Japan, Zuid-Korea en Zweden scoren het best op dit vlak. Maar ook Nederland scoort een stuk beter dan België. En Frankrijk - dat op het vlak van vaste breedbandinfrastructuur op dit moment wel een stuk zwakker scoort dan België - stelt in haar ‘Plan Très Haut Débit’ dat tegen 2022 80% van de huishoudens rechtstreeks dient aangesloten te zijn op glasvezel. Indien België haar koppositie op het vlak van vast breedband wil behouden, zullen naast de reeds geplande investeringen, op termijn dan ook investeringen in FTTH nodig zijn.

Wat het mobiele netwerk betreft is 4G quasi volledig uitgerold. Op dit moment wordt echter volop gewerkt aan de voorbereiding van een nieuwe standaard op het vlak van mobiele technologie: 5G. Deze technologie moet niet alleen voor een hogere capaciteit zorgen, maar streeft onder meer ook naar een heel lage latency wat toepassingen zoals zelfrijdende auto’s, heelkundige operaties van op afstand… mogelijk moet maken. Verschillende landen zijn reeds bezig met de voorbereiding van de nieuwe standaard. Zuid-Korea is ook op dit vlak een koploper. Binnen de EU-15 zijn ook het VK en een aantal Scandinavische landen reeds bezig met het uitrollen van een testnetwerk.

Samengevat kunnen we stellen dat de prestatie op het vlak van infrastructuur in België (zeker in Europees perspectief) op dit moment erg gunstig is, maar België zal moeten blijven investeren om haar koppositie in de toekomst niet te verliezen. Investeringen vereisen echter een zekere rendabiliteit. Een eerste analyse van de evolutie van de rendabiliteit lijkt erop te wijzen dat deze de jongste jaren daalde (weliswaar na een sterke stijging tussen 2001 en 2005). Deze dalende rendabiliteit weerspiegelt ten dele de macroeconomische context, maar ook de toegenomen concurrentie (vooral op de mobiele telecommarkt). Deze concurrentie is niet alleen afkomstig van andere telecomoperatoren, maar ook van de zogeheten OTT-diensten (denk aan diensten als Skype, WhatsApp…) die de omzet van de traditionele telecomoperatoren onder druk zetten.

Indien België haar koppositie op het vlak van breedbandinfrastructuur wil behouden is het belangrijk dat de overheid een kader creëert dat de noodzakelijke investeringen voldoende aanmoedigt. Een aantal voorwaarden om investeringen in infrastructuur aan te moedigen waar in de literatuur vaak naar wordt verwezen zijn de volgende:

  • Een gezonde concurrentie: Concurrentie geeft operatoren prikkels om te investeren. Op die manier proberen ze zich te onderscheiden van hun concurrenten. Echter, zoals reeds aangegeven door Schumpeter, is winstgevendheid ook belangrijk zowel op het moment van de investering zelf (om deze te kunnen financieren) als in de toekomst (als incentive om te investeren). Recent onderzoek (Aghion e.a., 2005) erkent het samengaan van beide effecten en karakteriseert de relatie tussen investeringen en concurrentie door een omgekeerde U-relatie: bij een laag niveau van concurrentie zal een toenemende concurrentie een positief effect hebben op de investeringen, echter vanaf een bepaald niveau zal het effect van bijkomende concurrentie op investeringen negatief zijn.
  • Naast een gezonde concurrentie tussen de operatoren dient ook gezorgd te worden voor een eerlijke concurrentie met de nieuwe OTT-spelers die vaak voor het leveren van dezelfde diensten aan minder strenge regels moeten voldoen. Er dient dan ook bekeken te worden waar de regelgeving op traditionele operatoren kan worden verlicht, al zal natuurlijk daar waar de markt faalt een minimale regelgeving moeten voorzien worden zowel voor de traditionele operatoren als voor de OTT-spelers (onder meer op het vlak van consumentenbescherming, privacy en veiligheid).
  • Een regelgevend kader dat investeringen voldoende aanmoedigt: Om investeringen aan te moedigen dient het regelgevend kader aan een aantal voorwaarden te voldoen. Ten eerste dient het duidelijk en voorspelbaar te zijn. Operatoren dienen voorafgaand aan hun investeringen te weten waar ze aan toe zijn. Gegeven de hoge vaste kosten is ook voldoende continuïteit in de regelgeving belangrijk. Ten slotte is het ook belangrijk dat regelgeving – op alle beleidsniveaus – geen onnodige barrières opwerpt voor investeringen in infrastructuur.
  • Transparantie van netwerkdekking en –kwaliteit verbeteren: Het in kaart brengen van de netwerkdekking- en kwaliteit kan via het prikkelen van de consument de concurrentie tussen operatoren stimuleren. Daarnaast is het een nuttig instrument voor overheden om een beter zicht te krijgen op de gebieden waar de markt faalt en waar eventuele overheidsinterventie nodig is. De Atlas van het BIPT is op dit vlak zeker een positief initiatief.

Harde investeringen in infrastructuur zijn noodzakelijk, maar zullen echter niet volstaan om België klaar te stomen voor de nieuwe digitale golf. Inderdaad, de relatief hoge ICT-investeringen uit het verleden gingen in België niet gepaard met een sterke groei van de totale factorproductiviteit (TFP). Investeringen in ICT en netwerken resulteren dus niet automatisch in economische groei en jobs. De effecten van investeringen in ICT en netwerken verschillen onder meer naargelang de manier waarop ze geëxploiteerd worden door gebruikers en ontwikkelaars van ICT-goederen en –diensten. Dit zal mede bepaald worden door de mate waarin deze investeringen gepaard gaan met complementaire (organisatorische) innovaties en verdere investeringen in kennis en skills.

Parallel aan het uitbouwen van een state-of-the-art infrastructuur dient daarom ook ingezet te worden op het stimuleren van een dynamisch ecosysteem rondom supersnel internet. Enkele belangrijke voorwaarden hiervoor zijn:

  • Vertrouwen stimuleren: Burgers en bedrijven moeten kunnen vertrouwen op de veiligheid van hun persoonlijke data, op de integriteit van informatie op het internet evenals op de fysieke betrouwbaarheid van het internet. Alle betrokken partijen dienen de nodige maatregelen te nemen om deze doelstellingen te realiseren. Dit zal samenwerking vragen, zowel op nationaal als internationaal niveau.
  • ICT-skills: Het is belangrijk om door opleiding en training de ICT-skills te bevorderen op alle niveaus, zowel op vlak van digitale geletterdheid van de modale burger als op het vlak van meer gespecialiseerde skills.
  • Digitale cultuur: Digitale transformatie vereist een cultuur die doordrongen is van het belang en het potentieel van digitale technologieën. De overheid kan hierbij het goede voorbeeld geven via digitale innovaties op vlak van publieke administratie, onderwijs en gezondheidszorg. Maar ook andere actoren, waaronder de sociale partners, hebben hier hun rol te spelen.
  • Digitaalvriendelijke regulering: Evalueren van de impact van bestaande en nieuwe regelgeving op de digitale transformatie van bedrijven en de uptake van ICT in het algemeen (en dit over alle beleidsdomeinen heen).

Samengevat kunnen we stellen dat een gezond digitaal ecosysteem, met naast infrastructuur ook aandacht voor de vraag- en aanbodzijde, van wezenlijk belang is opdat investeringen in breedbandinfrastructuur optimaal kunnen renderen, en dus leiden tot maatschappelijke waardecreatie en jobs. De hefbomen hiervoor zitten bij verschillende beleidsdomeinen en verschillende overheidsniveaus. In het algemeen kunnen we dan ook stellen dat een succesvolle digitale transformatie de interventie vereist van en de afstemming tussen verschillende beleidsdomeinen, maar ook tussen verschillende overheidsniveaus.

  Verwante documenten

    None

  Beschikbare gegevens

None

Please do not visit, its a trap for bots