Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Kolommen G en H van de aanvullende tabel over de pensioenstelsels van de sociale verzekering (tabel 29) [REP_12213]

De aanvullende tabel 29 van het Eurostat transmissie programma heeft betrekking op de wettelijke en aanvullende pensioenstelsels van de sociale verzekering in België. Het FPB is belast met het samenstellen van de kolommen G en H, waarin de tot op heden opgebouwde pensioenaanspraken / -verplichtingen in de wettelijke pensioenregelingen zijn opgenomen, die de contante waarde vertegenwoordigen van de opgebouwde toekomstige ouderdoms- en overlevingspensioenen van huidige en toekomstige ontvangers.

De aanvullende tabel 29 van het Eurostat transmissie programma heeft betrekking op de wettelijke en de aanvullende pensioenstelsels van de sociale verzekering in België. Deze omvat werkgerelateerde pensioenrechten buiten de overheid (2de pijlerpensioenen), evenals de tot heden opgebouwde pensioenaanspraken op (c.q. verplichtingen inzake) overheidspensioenen en op pensioenen binnen de sociale zekerheid in België, die beide omslagstelsels zijn (1ste pijlerpensioenen). Het Instituut voor de Nationale Rekeningen is verantwoordelijk voor de overdracht van deze tabel aan Eurostat. Het heeft de taak om deze aanvullende tabel op te stellen toevertrouwd aan de Nationale Bank van België en het Federaal Planbureau.

Tabel 29 wordt beschreven in ESA 2010, het European System of Accounts 2010 en heeft als doel een compleet en consistent beeld te geven van de pensioenverplichtingen in een bepaald land en de vergelijking tussen landen te bevorderen. Hiertoe combineert de tabel informatie die reeds in de standaard nationale rekeningen is opgenomen (kolommen A tot en met F van de tabel 29) en informatie over pensioenstelsels gebaseerd op omslagstelsel (wettelijke pensioenstelsels) die niet in deze standaard nationale rekeningen is opgenomen (kolommen G en H van de tabel). De bijdrage van het FPB aan Tabel 29 bestaat uit de opstelling van kolommen G en H. Deze kolommen omvatten gegevens over de huidige pensioenaanspraken (resp. pensioenverplichtingen) binnen de wettelijke pensioenen, dat wil zeggen de huidige contante waarde van de toekomstige pensioenen van huidige pensioentrekkers en de pensioenaanspraken van toekomstige gepensioneerden, die op de referentiedatum al loopbaanjaren hebben opgebouwd. De pensioenen omvatten ouderdoms- en overlevingspensioenen. Het bijstandsstelsel (inkomensgarantie voor ouderen, leefloon), uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag zijn uitgesloten, evenals individuele pensioenverzekeringen. Aanspraken op arbeidsgerelateerde aanvullende pensioenen (2e pijlerpensioenen) worden geregistreerd in andere kolommen van tabel 29.

Het rapport beschrijft de onderliggende assumpties van het model en de methodologie die gevolgd wordt bij het schatten van de verworven pensioenrechten. De bedragen die in dit rapport worden gepresenteerd zijn de waarden die in de transmissie naar Eurostat zullen worden verstuurd. De overgemaakte informatie zal bestaan uit de tabel 29, twee alternatieve tabellen met een verschillende verdisconteringsvoet en de fact sheets over de pensioenstelsels zoals gevraagd door Eurostat. Dit rapport vormt een actualisering van het Grant Report over de eerste transmissie van Tabel 29 in oktober 2017 (Brys, 2017).

De projectie van de verworven pensioenrechten is erg gevoelig voor de assumpties inzake de discontovoet. Volgens de hypothese door de Working Group on Ageing Populations and Sustainability (AWG) van het Comité voor de economische politiek van de Raad van de EU voor het Ageing Report van 2021, zou de langdurige reële interestvoet vanaf 2050 2% bedragen, en over een periode van 30 jaar naar deze waarde convergeren. Dit impliceert dat de reële rente negatief zou zijn tot 2035.

Door de verworven rechten op overheidspensioenen en op pensioenen binnen de sociale zekerheid uit te drukken ten opzichte van het bbp, krijgen we een intuïtief idee van de omvang van deze verworven rechten. Bij een discontovoet van 2 % op lange termijn bedragen deze 379 % van het bbp; bij een alternatieve discontovoet van 3 % zou deze verhouding 342 % zijn. Bij constante hypothese inzake de evolutie van de reële interestvoet is deze verhouding licht gedaald ten opzichte van 2015. Onder de hypothese van een constante waarde van de reële interestvoet van 3 % gedurende de gehele periode, zoals het geval was in de eerste transmissie van Tabel 29, dan zou de verhouding tussen verworven rechten en bbp nu enigszins lager zijn (258 %) dan in 2015 (274 %).

Bij het interpreteren van de bedragen in tabel 29 moet men steeds in gedachten houden dat de pen-sioenverplichtingen gepresenteerd worden als tot nu verworven rechten. De verworven pensioenverplichtingen zijn niet op te vatten als schulden van de overheid en ze zijn geen indicator van de budgettaire of financiële houdbaarheid van de pensioenstelsels; ze zijn alleen geschikt om gebruikt te worden in de nationale rekeningen. De AWG en de Belgische Studiecommissie voor de Vergrijzing evalueren de budgettaire gevolgen van de vergrijzing, inclusief die voor de pensioenstelsels, in hun respectievelijke rapporten.

  Verwante documenten

None

  Beschikbare gegevens

None

  PDF & Download

Datum

  Publicatietype

Report

Please do not visit, its a trap for bots