Benoît Laine

Benoît Laine heeft een master in de econometrie (Universiteit van Toulouse I&III, 1999) en heeft tevens een DEA in economie en statistiek (ULB en Universiteit van Toulouse I&III, 2000).

Zijn beroepservaring kan opgesplitst worden in vier periodes. Van 2000 tot 2004 was hij assistent aan het departement wiskunde van de ULB waar hij lesgeven (statistiek, econometrie en wiskunde) combineerde met onderzoek (methodes en statistieken) en consultance (advies over statistieken). Tussen 2004 en 2006 werkte hij bij AXA Belgium in de actuariële equipe 'Corporate'. Van 2006 tot 2008 werkte hij voor de Fortis Group in het departement 'Risk Performance'. Tussen 2008 en 2015, ten slotte, was hij verantwoordelijk voor de cel 'Methodes en Statistieken ' van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse. In die hoedanigheid heeft hij, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, actief meegewerkt aan de ontwikkelingen van het Hermreg-model.

Op het FPB is Benoît belast met de studie van de determinanten van de transportvraag op lange termijn en de kenmerken van de verplaatsingen van personen met een bijzondere focus op het woon-werkverkeer.

 

Contactgegevens

Equipes

  • Energie en transport
  • Beschrijving en gebruik van het PLANET-model

    Deze paper geeft een niet-technische beschrijving van het PLANET-model, met een focus op beleidsanalyse in de transportsector. De werking van de verschillende modules, alsook van de belangrijkste gedragseffecten, modeldimensies en beleidsvariabelen wordt gepresenteerd. Er wordt ingegaan op een aantal specifieke gevallen die belangrijk zouden kunnen zijn voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s, met name de behandeling van de fiscale uitgaven voor transport in de directe belastingen en de invoering van een geografische dimensie. Tot slot geven we de resultaten van enkele illustratieve beleidsscenario’s.

    DC2019_WP_06 [21/12/2018]
  • Tax Expenditure and the Cost of Labour Taxation - An application to company car taxation

    In 2012 waren transportgerelateerde fiscale uitgaven in de personenbelasting goed voor ongeveer 1,9 miljard euro. Daarvan is 1,5 miljard euro toe te schrijven aan het regime voor salariswagens. Dat laatste cijfer komt neer op 4,3 % van de totale ontvangsten van de personenbelasting. Dat een dergelijke omvangrijke subsidie sterke welvaartsverliezen op de transportmarkt genereert, is in eerder werk (Laine en Van Steenbergen, 2016a) al aan bod gekomen. In deze paper bekijken we het regime van salariswagens in een bredere context. We vragen ons af wat de kost is aan de maatschappij van een extra euro inkomsten via de personenbelasting, wanneer we rekening houden met verstoringen op de verschillende markten die door deze belasting worden beïnvloed. In deze studie bekijken we de arbeidsmarkt en de transportmarkt.

    Working Paper 07-17 [28/06/2017]
  • Commuting subsidies in Belgium - Implementation in the PLANET model

    Deze paper analyseert de omvang en de verkeerseffecten van bestaande pendelsubsidies in België. Met behulp van de meest recente data over de behandelingen van terugbetalingen voor werkgevers en subsidies binnen het derdebetalerssysteem van het spoor wordt het PLANET-model hiertoe aangepast. We vinden sterke verschillen in subsidiegraad naargelang van de modus waarmee gependeld wordt en het type terugbetaling. Pendelen met een eigen wagen wordt doorgaans weinig, of helemaal niet, gesubsidieerd. Pendelen met een bedrijfswagen, fiets of openbaar vervoer wordt sterk gesubsidieerd. Beleidssimulaties tonen het belang van pendelsubsidies in het sturen van de modale verdeling. Zowel de vrijstelling in de personenbelasting van de werkgeverstussenkomst en het derdebetalerssysteem sturen het verkeer licht in de richting van openbaar vervoer, terwijl ze ook bijdragen aan langere pendelafstanden.

    Working Paper 11-16 [28/10/2016]
  • Wat bepaalt de groothandelsprijzen voor elektriciteit in een kleine, open economie? - Lessen uit de nucleaire heropstart in België

    Deze paper onderzoekt de impact van de sluiting en sequentiële heropstart van enkele kerncentrales op de groothandelsprijzen voor elektriciteit op de Belgische elektriciteitsbeurs met behulp van een duale methode. In de eerste benadering worden publieke hoge-frequentiemarktgegevens gebruikt om een robuust statistisch model te ontwikkelen dat wordt ingezet om het effect te onderzoeken van variaties in nucleaire elektriciteitsopwekking op de groothandelsprijzen. Het kwantificeren van dit fenomeen, ook het merit-order effect genoemd, met behulp van econometrische methodes komt neer op een geschatte prijsdaling van gemiddeld ongeveer 10 €/MWh per jaar voor een nucleaire capaciteitsverhoging van 2,5 GW. Het belang en de impact van de openheid van de Belgische markt en haar sterke afhankelijkheid van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen komt daarbij duidelijk naar voren. Naast deze empirische benadering wordt het optimalisatie-instrument Crystal Super Grid gebruikt om de impact te becijferen van de herwonnen beschikbaarheid van kernreactoren op tal van indicatoren die het Belgische en Europese elektriciteitslandschap kenmerken. Er is een positief effect merkbaar op de algemene welvaart, het consumentensurplus en de CO2-emissies. Voor de prijzen bevestigt deze analyse het negatieve merit-order effect dat gemiddeld 3,8 €/MWh over een jaar zou bedragen. Volgens deze analyse kunnen evenwel tijdelijke uurverschillen van 30 €/MWh optreden. De paper beschrijft vervolgens de mogelijke oorzaken van de verschillen tussen de twee benaderingen.

    Onze bevindingen hebben belangrijke beleidsimplicaties omdat ze aantonen dat er rekening moet worden gehouden met de neerwaartse impact van een verlengde nucleaire elektriciteitsopwekking op de groothandelsprijzen voor elektriciteit bij het herzien van (de kalender in) de wet op de kernuitstap aangezien deze de noodzakelijke overschakeling naar een koolstofarme economie kan vertragen.

    Working Paper 09-16 [12/10/2016]
  • The fiscal treatment of company cars in Belgium: effects on car demand, travel behaviour and external costs

    Deze studie bestudeert hoe de huidige subsidie van bedrijfswagens voor privégebruik de mobiliteits-keuzes van de werknemer in kwestie beïnvloedt. We verduidelijken ten eerste hoe het bezit van een bedrijfswagen het aantal wagens dat een huishouden bezit beïnvloedt, naast variabelen als de waarde van een wagen en grootte van de motor. Ten tweede gaan we het effect na op het gebruik van de wagen. We onderzoeken de kans dat een wagen wordt gebruikt voor verplaatsingen voor pendelverkeer en andere motieven, net als de gemiddelde afstand van dergelijke verplaatsingen. Deze analyse gebeurt op basis van BELDAM, een rijke dataset over het mobiliteitsgedrag van de Belgen.

    Working Paper 03-16 [24/02/2016]
  • Regionale economische vooruitzichten 2012-2017

    Dit rapport presenteert de resultaten van de regionalisering van de nationale economische vooruitzichten van het Federaal Planbureau  voor de periode 2012-2017. Net als de vorige rapporten , is dit rapport het resultaat van een samenwerking tussen het Federaal Planbureau en de studiediensten van de drie Belgische gewesten (BISA, IWEPS en SVR ). Die samenwerking die eind 2005 van start ging, heeft de ontwikkeling van het multiregionaal en multisectoraal HERMREG-model mogelijk gemaakt, een model dat in de categorie macro-econometrische modellen van het top-downtype kan worden gerangschikt. HERMREG  stemt volledig overeen met het nationale HERMES-model van het Federaal Planbureau. Dat betekent dat de nationale middellangetermijnvooruitzichten van HERMES opgesplitst worden op het niveau van de beschouwde entiteiten op basis van endogene regionale verdeelsleutels.

    OPHERMREG1201 [16/07/2012]
  • Regionale economische vooruitzichten 2010-2016

    Dit rapport presenteert de resultaten van de regionalisering van de nationale economische vooruitzichten van het Federaal Planbureau  voor de periode 2010-2016. Net als de vorige rapporten , is dit rapport het resultaat van een samenwerking tussen het Federaal Planbureau en de studiediensten van de drie Belgische gewesten (BISA, IWEPS en SVR ). Die samenwerking die eind 2005 van start ging, heeft de ontwikkeling van het multiregionaal en multisectoraal HERMREG-model mogelijk gemaakt, een model dat in de categorie macro-econometrische modellen van het top-downtype kan worden gerangschikt. HERMREG  stemt volledig overeen met het nationale HERMES-model van het Federaal Planbureau. Dat betekent dat de nationale middellangetermijnvooruitzichten van HERMES opgesplitst worden op het niveau van de beschouwde entiteiten op basis van endogene regionale verdeelsleutels.

    OPHERMREG1101 [22/06/2011]
  • Regionale economische vooruitzichten 2009-2015

    Dit rapport presenteert de resultaten van de regionalisering van de nationale economische vooruitzichten van het Federaal Planbureau voor de periode 2009-2015. Net als de vorige rapporten, is dit rapport het resultaat van een samenwerking tussen het Federaal Planbureau en de studiediensten van de drie Belgische gewesten (BISA, IWEPS en SVR). Die samenwerking die eind 2005 van start ging, heeft de ontwikkeling van het multiregionaal en multisectoraal HERMREG-model mogelijk gemaakt, een model dat in de categorie macro-econometrische modellen van het top-downtype kan worden gerangschikt. HERMREG4 stemt volledig overeen met het nationale HERMES-model van het Federaal Planbureau. Dat betekent dat de nationale middellangetermijnvooruitzichten van HERMES opgesplitst worden op het niveau van de beschouwde entiteiten op basis van endogene regionale verdeelsleutels.

    OPHERMREG1001 [09/07/2010]
  • Regionale economische vooruitzichten 2008-2014

    Dit rapport geeft de resultaten van de regionalisering van de nationale economische vooruitzichten van het Federaal Planbureau voor de periode 2008-2014. Het is de derde studie van dat type. Net als de vorige rapporten, is dit rapport het resultaat van een samenwerking tussen het Federaal Planbureau en de studiediensten van de drie Belgische gewesten (BISA, IWEPS en SVR).

    OPHERMREG0901 [05/07/2009]
Please do not visit, its a trap for bots