Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Les ménages et leurs dépenses de transport - Analyse thématique [ Working Paper 02-17 - ]

In deze Working Paper worden de voornaamste evoluties in de consumptieve bestedingen van de gezinnen voor vervoer in België voorgesteld. Daarvoor wordt een beroep gedaan op verschillende gegevensbronnen: enerzijds de gegevens uit de nationale rekeningen over de consumptieve bestedingen van de gezinnen (Instituut voor de Nationale Rekeningen, Eurostat) en anderzijds de resultaten van de Huishoudbudgetonderzoeken.

De analyse bestaat uit twee hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de gegevens uit de nationale rekeningen over de gezinsuitgaven voor vervoer in België beschreven en wordt er aan de hand van de Eurostat-gegevensbank een vergelijking gemaakt tussen de uitgaven in België en die in de buurlanden en de EU28. In het tweede hoofdstuk worden de resultaten van de Huishoudbudgetonderzoeken onder de loep genomen en wordt de analyse verfijnd door voor een gegeven periode de gemiddelde uitgaven van de Belgische gezinnen op te splitsen naar gewest, leeftijdscategorie en inkomenskwartiel van het gezin.

  Auteurs


 
A : Auteur, C : Contribuant

  Publicatietype

Working Papers

De Working Paper presenteert een studie of analyse die het FPB op eigen initiatief uitvoert.

In deze Working Paper worden de voornaamste evoluties in de consumptieve bestedingen van de gezinnen voor vervoer in België voorgesteld. Daarvoor wordt een beroep gedaan op verschillende gegevensbronnen: enerzijds de gegevens uit de nationale rekeningen over de consumptieve bestedingen van de gezinnen (Instituut voor de Nationale Rekeningen, Eurostat) en anderzijds de resultaten van de Huishoudbudgetonderzoeken (HBO).

Uit de nationale rekeningen blijkt dat in 2015 11 % van de consumptieve bestedingen van de gezinnen in België aan vervoer werd besteed. Het gaat om een belangrijke uitgavenpost, na huisvesting (24 %) en voeding2 (13 %). Die uitgaven stegen tijdens de bestudeerde periode (1995-2015) zowel tegen lopende prijzen (+79 %) als in volume (+18 %). De kosten verbonden aan het gebruik van persoonlijke voertuigen (brandstof, onderhoud, enz.) vertegenwoordigen meer dan de helft van die uitgaven. Die kosten zijn tussen 1995 en 2015 toegenomen tegen lopende prijzen (+77 %), voornamelijk als gevolg van een prijsschommeling (van de brandstof in het bijzonder) en in mindere mate door een volume-effect (+2 % tussen 1995 en 2015). De uitgaven voor de aankoop van voertuigen (vooral nieuwe en tweedehandswagens) staan op de tweede plaats binnen de vervoersuitgaven van de gezinnen. Over de beschouwde periode stijgen die zowel tegen lopende prijzen als in volume, net als de uitgaven voor vervoersdiensten, die de derde en laatste uitgavenpost vormen binnen de onderzochte vervoersuitgaven. Die laatste hebben evenwel een beperkt aandeel in de gezinsuitgaven voor vervoer in België (11 % in 2015), hoewel ze zijn gestegen. Ze betreffen hoofdzakelijk de uitgaven voor spoorvervoer, wegvervoer en luchtvervoer van passagiers. Die drie uitgavenposten laten over de beschouwde periode een belangrijke stijging optekenen, zowel tegen lopende prijzen als in volume.

De voornaamste evoluties in België worden beknopt vergeleken met die in Duitsland, Frankrijk, Nederland en in de EU28. In vergelijking met die landen wordt in België een relatief klein deel van de totale gezinsuitgaven besteed aan vervoer. Dat aandeel is bijzonder laag voor vervoersdiensten (1,2 % van de totale bestedingen in België in 2015, tegenover 3,5 % in Duitsland, 2,4 % in Frankrijk en 2,1 % in Nederland). Niettemin moeten die resultaten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien de consumptieve bestedingen geen precieze weerspiegeling zijn van het mobiliteitsgedrag van de gezinnen. Zo genieten bepaalde bevolkingsgroepen (ouderen, studenten) van voorkeurstarieven of kunnen ze gratis gebruikmaken van bepaalde vervoerswijzen. De uitgaven van die groepen voor die transportvormen kunnen relatief klein lijken, wat niet noodzakelijk wil zeggen dat ze er weinig gebruik van maken.

De analyse wordt afgesloten met een korte beschrijving van het consumptiegedrag van de Belgische gezinnen aan de hand van de Huishoudbudgetonderzoeken die in 2012 en 2014 zijn uitgevoerd. Uit een vergelijking met de resultaten die afkomstig zijn van de nationale rekeningen komen enkele verschillen naar voren. De twee bronnen vullen elkaar aan: met de eerste bron kunnen coherente tijdreeksen tussen 1995 en 2015 worden voorgesteld, terwijl de tweede bron voor een gegeven jaar een ‘momentopname’ geeft van de gezinsuitgaven volgens verschillende kenmerken, zoals leeftijd of inkomenskwartiel.

Uit die enquêtes blijkt dat de vervoersuitgaven gemiddeld stijgen met het gezinsinkomen en de leeftijdscategorie van de referentiepersoon (tot 50-59 jaar). Er zijn ook verschillen tussen de gewesten: de Brusselse gezinnen besteden globaal genomen minder aan vervoer dan de Vlaamse en de Waalse gezinnen (respectievelijk 3 019 euro, 4 411 euro en 4 508 euro per jaar), maar wel twee keer meer aan vervoersdiensten (677 euro in Brussel, tegenover 301 euro in Vlaanderen en 215 euro in Wallonië).

De kosten voor de aankoop en het gebruik van voertuigen staan bovenaan in de gemiddelde gezinsuitgaven voor vervoer, gevolgd door de vervoersdiensten, en dat ongeacht de leeftijd, het inkomen of het gewest waarin ze verblijven. Er worden evenwel grote verschillen waargenomen in de verdeling van die uitgaven naargelang van de inkomenscategorie: voor de gezinnen met de laagste inkomens gaat een groter deel van hun uitgaven naar vervoersdiensten en gebruikskosten van voertuigen. Die uitgaven kunnen worden beschouwd als ‘noodzakelijke’ uitgaven om zich te kunnen verplaatsen. Dat aandeel wordt kleiner met het inkomen ten gunste van de uitgaven voor de aankoop van voertuigen. De discretionaire aard van die uitgaven weerspiegelt het luxueuze karakter ervan.

  Beschikbare gegevens

None

  Thema's

  JEL

None

  Keywords


Please do not visit, its a trap for bots