De groei van de Belgische economie zou beperkt blijven tot 1,1 % in 2019 en 2020 (05/09/2019)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

De vooruitzichten voor de Europese economie zijn in vergelijking met onze raming van juni versomberd als gevolg van toegenomen onzekerheid over de handelsgeschillen en over de brexit. De vooruitzichten houden geen rekening met de directe effecten van een eventuele brexit zonder akkoord, die een belangrijk risico blijft.

De Belgische bbp-groei is bijgevolg neerwaarts herzien in vergelijking met onze raming van juni, toen een groei van 1,3 % werd vooropgesteld voor 2019 en 2020. De werkgelegenheid zou volgend jaar merkelijk minder toenemen dan dit jaar, maar over beide jaren samen toch nog met 99 000 personen toenemen. De inflatie, die in 2017 en 2018 2,1 % bedroeg, zou afkoelen tot 1,5 % dit jaar en 1,4 % volgend jaar.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten anticiperen niet op eventuele besparingsmaatregelen (en hun economische impact) die de nieuwe regeringen kunnen nemen.

De terugval van de internationale handel weegt op de economische groei van de eurozone

De groei van de wereldeconomie wordt in 2019 en 2020 afgeremd door handelsconflicten en protectionistische maatregelen. De terugval van de wereldhandel heeft een aanzienlijke impact op de eurozone, die veel opener is dan de Amerikaanse en de Chinese economie. De tegenvallende handel treft in de eerste plaats de industriële productie, maar sijpelt geleidelijk door naar de rest van de economie. De bbp-groei in de eurozone zou daardoor terugvallen tot 1,0 % in 2019 en in 2020 (t.o.v. 1,9 % in 2018). Ook de Amerikaanse bbp-groei verliest aan kracht, deels door het handelsconflict met China, maar ook door het uitdoven van het expansief begrotingsbeleid. De bbp-groei zou er dit jaar vertragen tot 2,1 % (t.o.v. 2,9 % in 2018) en in 2020 uitkomen op 1,6 %.

Dit scenario wordt omgeven door belangrijke onzekerheden, die het consumenten- en producentenvertrouwen in de eurozone verder zouden kunnen aantasten. Het risico op een chaotisch vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie blijft. Daarnaast kunnen bijkomende handelsbelemmeringen of -sancties de wereldhandel verder fnuiken. Ten slotte kan wantrouwen over het begrotingsbeleid van sommige eurolanden leiden tot bijkomende onrust op de financiële markten.

In 2020 zou de Belgische uitvoergroei verder vertragen, maar de bbp-groei zou zich stabiliseren dankzij een aantrekkende binnenlandse vraag

De groei van de Belgische economie verliest in 2019 voor het tweede jaar op rij aan elan. De internationale conjunctuurvertraging remt de uitvoergroei af, waardoor de Belgische bbp-groei vorig jaar terugviel tot 1,4 % en dit jaar beperkt zou blijven tot 1,1 %. Ook voor 2020 wordt een economische groei van 1,1 % verwacht. De uitvoergroei verzwakt verder, maar de binnenlandse vraag zou dan aan kracht winnen onder impuls van de particuliere consumptie.

De minder gunstige internationale omgeving deed de volumegroei van de Belgische uitvoer vertragen van 5 % in 2017 tot 3,6 % in 2018. De uitvoergroei zou verder afnemen tot 2,8 % in 2019 en tot 1,6 % in 2020. De invoer zou volgend jaar iets sterker groeien dan de uitvoer, wat dan leidt tot een negatieve bijdrage van de netto-uitvoer tot de economische groei. Het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans is beperkter dan in 2018 dankzij de lagere olieprijzen.

Het reëel beschikbaar inkomen van de particulieren steeg vorig jaar met 1,2 % en zou in 2019 en 2020 verder toenemen met resp. 2,4 % en 1,5 %. De meer uitgesproken koopkrachttoename dit jaar is toe te schrijven aan bijkomende verlagingen van de personenbelasting (in het kader van de laatste fase van de taxshift) en een hogere indexering van de lonen in de privésector in combinatie met een afkoeling van de inflatie. De consumptieve bestedingen kenmerken zich door een stabielere ontwikkeling dan het beschikbaar inkomen en zouden zich bijgevolg slechts gedeeltelijk aanpassen aan de versnelling van de inkomensgroei. De volumegroei van de particuliere consumptie zou in 2019 zelfs vertragen tot 0,8 % door een ongunstig startpunt (de daling van het consumentenvertrouwen ging in de tweede helft van 2018 gepaard met een lichte terugval van de consumptie), maar zou in 2020 verstevigen tot 1,2 % en daarmee een belangrijke impuls geven aan de binnenlandse vraag. De investeringen in woongebouwen worden ondersteund door de lage rente en zouden toenemen met resp. 3 % en 1,5 %. De sterke volumegroei voor dit jaar wordt verklaard door een gunstig overloopeffect (als gevolg van de hoge investeringsactiviteit in het vierde kwartaal van 2018).

Ondanks de versombering van de internationale conjunctuur en de daarmee samenhangende afbrokkeling van het Belgisch producentenvertrouwen, houden de bedrijfsinvesteringen goed stand. Het investeringsklimaat wordt ondersteund door de nog vrij hoge rendabiliteit. Bovendien ligt de industriële capaciteitsbezettingsgraad al enkele jaren boven zijn historisch gemiddelde, waardoor er behoefte blijft aan uitbreidingsinvesteringen. Daardoor zouden de bedrijfsinvesteringen, na een volumegroei van 2,7 % vorig jaar, verder toenemen met 3,5 % in 2019 en met 1,4 % in 2020.

Zonder bijkomende maatregelen, zou de volumegroei van de overheidsconsumptie in 2019 en 2020 uitkomen op resp. 1,2 % en 1 %. De volumegroei van de overheidsinvesteringen (resp. 1,9 % en 5,2 %) wordt vooral geschraagd door de gewesten, terwijl de lokale overheidsinvesteringen worden teruggeschroefd.

De werkgelegenheidsgroei zwakt af, maar blijft aanzienlijk

De binnenlandse werkgelegenheid nam tijdens de jongste vier jaar toe met 226 000 personen. Die toename was niet alleen het gevolg van de aantrekkende conjunctuur, maar kreeg ook een impuls van de sedert 2015 genomen maatregelen ter vermindering van de arbeidskosten, die de groei van de activiteit in de marktsector bijzonder arbeidsintensief maakten. De werkgelegenheid in de marktsector groeide gemiddeld met 1,4 % per jaar tijdens die periode. Het aantal werklozen (met inbegrip van de niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen) daalde tijdens die periode met 141 000 personen, terwijl de geharmoniseerde Eurostat- werkloosheidsgraad afnam van 8,5 % tot 6,0 %. In de loop van dit jaar zou de groei van de werkgelegenheid geleidelijk afzwakken onder invloed van zowel de verzwakkende conjunctuur als oplopende productiviteitswinsten. In jaargemiddelden blijft de toename van de binnenlandse werkgelegenheid dit jaar bijzonder sterk (+62 000 personen), maar valt vervolgens terug tot 37 000 personen in 2020. Bij een licht aantrekkende groei van de beroepsbevolking, is de afname van het aantal werklozen (-27 000 personen in 2019 en -16 000 personen in 2020) minder uitgesproken dan tijdens de afgelopen vier jaar. De Eurostat-werkloosheidsgraad zou in beide jaren uitkomen op 5,5 %.

De inflatie koelt af dankzij lagere energieprijzen

Sinds 2017 is de groei van de arbeidskosten duidelijk versneld, waardoor zowel dit als volgend jaar de onderliggende inflatie zou aantrekken. De opwaartse druk daarvan op de inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, is echter beperkter dan de neerwaartse impact van de energieprijzen. De olieprijzen in euro zouden immers dalen, terwijl ook de prijzen voor aardgas en elektriciteit onder hun niveau van eind 2018 zouden blijven. De inflatie, die vorig jaar nog 2,1 % bedroeg, zou daardoor terugvallen tot 1,5 % in 2019 en tot 1,4 % in 2020.

De toename van de gezondheidsindex, die niet wordt beïnvloed door de prijsevolutie van benzine en diesel, zou dit jaar 1,6 % bedragen. Ook volgend jaar zou die toename, met 1,5 %, iets hoger uitkomen dan de inflatie. Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex, zou de huidige spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen (107,20) worden overschreden in januari 2020.

Voor meer informatie:
Ludovic Dobbelaere , 02/507.74.22, ldo@plan.be; Filip Vanhorebeek, 02/507.74.12, fvh@plan.be

Please do not visit, its a trap for bots