Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Administratieve lasten in België voor het jaar 2012 [Planning paper 114]

Op vraag van de ministerraad en in samenwerking met de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging, houdt het Federaal Planbureau elke twee jaren een enquête om de kosten te ramen van de administratieve lasten die wegen op de ondernemingen en de zelfstandigen in België. Die raming is gebaseerd op een enquête bij een representatieve steekproef van ondernemingen en zelfstandigen. Deze zevende enquête volgt dezelfde methodologie als de vorige enquêtes die peilden naar de administratieve lasten voor de jaren 2000, 2002, 2004, 2006, 2008 en 2010. Naast het kwantitatieve deel bevat de enquête ook een belangrijk kwalitatief luik waarin de mening van de zelfstandigen en de ondernemingen over de problematiek van de administratieve lasten aan bod komt. Deze Planning Paper toont de resultaten die betrekking hebben op de administratieve lasten voor het jaar 2012. Het heeft als doel de kwantitatieve en kwalitatieve trends te beschrijven, zonder de oorzaken ervan na te gaan. Deze studie geeft dus geen verklaringen voor de perceptie van de administratieve lasten bij de ondernemingen en de zelfstandigen.

Uit de enquête, en dus volgens de ondernemingen zelf, blijkt dat de administratieve lasten die wegen op de Belgische ondernemingen in 2012 oplopen tot 5,13 miljard euro, of 1,37 % van het bbp. Het grootste deel daarvan is voor rekening van de kleine ondernemingen. De administratieve lasten die wegen op de Belgische zelfstandigen in 2012 lopen op tot 1,23 miljard euro of 0,33 % van het bbp. Het merendeel daarvan is voor rekening van de zelfstandigen uit de dienstensector.

De totale kosten van de administratieve lasten van de ondernemingen en zelfstandigen zijn gestegen van 6,35 miljard euro in 2010 tot 6,36 miljard euro in 2012. De totale kosten van de administratieve lasten zijn dus gestabiliseerd tussen 2010 en 2012, na een groei van 7% tussen 2008 en 2010. Die evolutie vloeit voort uit een uiteenlopende beweging: de totale kosten stijgen voor de ondernemingen en dalen voor de zelfstandigen. Sinds de eerste enquête, die betrekking had op het jaar 2000 en de totale kosten van de administratieve lasten raamde op 8,57 miljard euro, zijn die kosten met 26% gedaald.

Uitgedrukt in procent van het bbp, steeg het totale relatieve gewicht van de administratieve lasten die wegen op de ondernemingen en de zelfstandigen lichtjes tot 1,70% in 2012, na 1,79% in 2010, 1,72% in 2008, 2,44% in 2006, 2,57% in 2004, 3,43% in 2002 en 3,48% in 2000. In twaalf jaar tijd is het relatieve gewicht van de administratieve lasten dus met de helft afgenomen.

De toename van de administratieve lasten in absolute waarde voor de ondernemingen tussen 2010 en 2012 is uitsluitend toe te schrijven aan de groei van de kosten van de fiscale administratieve lasten, aangezien de kosten van de administratieve lasten voor de twee andere regelgevingsdomeinen, tewerkstelling en milieu, zijn afgenomen over de beschouwde periode. Wat de zelfstandigen betreft, dalen de kosten van de administratieve lasten voor de twee grote domeinen die hen aanbelangen, maar de administratieve lasten voor de milieuregelgeving dalen verhoudingsgewijs het sterkst.

De vergelijking van de gemiddelde kosten per werknemer volgens ondernemingsgrootte tussen 2010 en 2012 geeft aan dat die kosten dalen voor de kleine en de grote ondernemingen. Die daling is echter vooral merkbaar bij de grote ondernemingen (-20%) als gevolg van de forse afname van de gemiddelde kosten per werknemer inzake tewerkstelling. De middelgrote ondernemingen kenden over de beschouwde periode een stabilisering van de gemiddelde kosten per werknemer, aangezien de uitgesproken daling van de gemiddelde kosten per werknemer als gevolg van de milieuregelgeving gecompenseerd werd door de toename van gemiddelde kosten per werknemer inzake tewerkstelling en, in mindere mate, inzake fiscaliteit.

De gemiddelde kosten voor de zelfstandigen evolueren in dalende lijn ten opzichte van de voorgaande enquête en blijven nog steeds lager dan de gemiddelde kosten per werknemer in de kleine ondernemingen. Het verschil tussen beide kosten, dat in 2010 was toegenomen, werd in 2012 iets kleiner.

Op regionaal niveau zijn de gemiddelde kosten per werknemer die wegen op de ondernemingen tussen 2010 en 2012 merkbaar gestegen in het Waals Gewest als gevolg van de stijging van de administratieve lasten voor de drie bestudeerde domeinen, maar in het bijzonder voor de milieu- en tewerkstellingsregelgeving. De gemiddelde kosten per werknemer zijn echter gedaald in Vlaanderen, waar ze afnamen voor elk van de drie regelgevingsdomeinen, en in Brussel, dankzij de vermindering van de administratieve kosten verbonden aan de milieuregelgeving en, in mindere mate, aan de fiscale regelgeving. Voor het eerst sinds 2004 hebben de Waalse ondernemingen in 2012 de hoogste gemiddelde kosten per werknemer. Anderzijds, zoals reeds het geval was sinds 2002, laten de Brusselse ondernemingen de laagste gemiddelde kosten per werknemer optekenen in de drie gewesten. De algemene neerwaartse trend van de gemiddelde kosten is merkbaar voor de Vlaamse en vooral de Brusselse zelfstandigen. Voor de Waalse zelfstandigen, daarentegen, zijn de administratieve lasten toegenomen. In 2012 lieten de Vlaamse zelfstandigen, net zoals in de vorige enquêtes, de hoogste gemiddelde kosten optekenen, maar het verschil met de Waalse zelfstandigen slinkt. De Brusselse zelfstandigen hebben nog steeds de laagste gemiddelde kosten.

Net zoals in de vorige enquêtes, was de meerderheid van de zelfstandigen en de ondernemingen in 2012 van mening dat de administratieve lasten in de loop van de voorbije twee jaar gestegen zijn. Zowel bij de ondernemingen als bij de zelfstandigen is die mening in 2012 duidelijk minder uitgesproken dan in 2000, het eerste jaar van de enquête.

Naast het kwantitatief luik bevat de enquête ook een kwalitatief luik waarin dieper wordt ingegaan op de meningen van de ondernemingen en zelfstandigen over de kwaliteit van de regelgeving en de kwaliteit van de contacten met de bevoegde administratie.

In de zeven enquêtes zijn de ondernemingen en de zelfstandigen meer tevreden over de kwaliteit van de contacten met de betrokken administratie dan over de kwaliteit van de regelgevingen op zich. Over de zeven enquêtes bekeken, behalen dezelfde stellingen, bij de ondernemingen en de zelfstandigen, de beste scores. Die stellingen hebben betrekking op de bekendmaking van de regelgeving en de kwaliteit van de antwoorden door de bevoegde administratie (naleving van de antwoordtermijn en antwoorden die voldoen aan de behoeften). Bij de ondernemingen is het betere kwaliteitsoordeel over de regelgeving en over de contacten met de bevoegde administratie vooral merkbaar voor de milieuregelgeving. Voor de zelfstandigen verbetert het kwaliteitsoordeel over de milieuregelgeving maar verslechtert het kwaliteitsoordeel over de fiscale regelgeving. De tevredenheidsgraad van de zelfstandigen wat betreft de kwaliteit van de contacten met de bevoegde administratie daalt tussen 2010 en 2012 in de twee beschouwde regelgevingsdomeinen.

Wat de vier recente vereenvoudigingen betreft (elektronische facturatie, elektronische loonfiches, elektronische maaltijdcheques en elektronische attesten voor overheidsopdrachten), wordt het meest gebruikt gemaakt van de elektronische facturatie en het minst van de elektronische attesten voor overheidsopdrachten. Er speelt een schaaleffect in het gebruik en de waardering van de vereenvoudiging: verhoudingsgewijs gebruiken en waarderen de kleine ondernemingen de voorgestelde vereenvoudigingen minder dan de middelgrote ondernemingen, die dat op hun beurt minder doen dan de grote ondernemingen. Van de voorgestelde vereenvoudigingen wordt de elektronische facturatie het hoogst gewaardeerd door de ondernemingen die er gebruik van maken, gevolgd door de elektronische maaltijdcheques. De elektronische attesten voor overheidsopdrachten worden dan weer het laagst gewaardeerd.

Wat de twee recente vereenvoudigingen betreft, maken de zelfstandigen, net als de ondernemingen meer gebruik van elektronische facturatie dan van de elektronische attesten voor overheidsopdrachten. Hoewel het percentage dat gebruik maakt van elektronische facturatie kleiner is voor zelfstandigen dan voor kleine ondernemingen, geldt het tegenovergestelde voor de elektronische attesten voor overheidsopdrachten. De waardering door de zelfstandigen die gebruik maken van de vereenvoudigingen is gunstiger voor de elektronische facturatie dan voor de elektronische attesten voor overheidsopdrachten. Ten opzichte van de kleine ondernemingen is die waarderingsgraad lager voor de elektronische facturatie maar hoger voor de elektronische attesten.

  Verwante documenten

None

  Beschikbare gegevens

None

  PDF & Download

  Auteurs


 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots