Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Input-outputtabellen 2020 [ REP_IOT_12921 - ]

Het Federaal Planbureau (FPB) is, binnen het kader van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), verantwoordelijk voor de opmaak van de vijfjaarlijkse input-outputtabellen (IOT). Samen met de aanbod- en gebruikstabellen (AGT) waarvan ze zijn afgeleid, verzekeren zij de coherentie van de nationale rekeningen. De IOT zijn tevens een analyse-instrument ten behoeve van het beleid, voor de studie van intersectorale relaties en voor directe en indirecte impactstudies. In lijn met het transmissieprogramma van het ESR 2010 werden de IOT 2020 overgemaakt aan Eurostat.

  Auteurs

Gemeenschappelijke publicatie
 
A : Auteur, C : Contribuant

  Publicatietype

Rapporten

Het rapport presenteert de werkzaamheden die het FPB binnen zijn expertisedomeinen verricht op verzoek van overheden of partners. 

Synthese

Volgens de methodologie van het ESR 2010 bestaat het raamwerk van de nationale rekeningen uit twee belangrijke reeksen tabellen:

  • de rekeningen van de institutionele sectoren;
  • het input-outputsysteem, met inbegrip van de rekeningen per bedrijfstak.

De sectorrekeningen geven voor elk van de institutionele sectoren een systematische beschrijving van de verschillende fasen van het economisch proces: productie, inkomensvorming, inkomensverdeling, inkomensbesteding en financiële en niet-financiële accumulatie.

Het input-outputsysteem beschrijft op gedetailleerde wijze het productieproces en de goederen- en dienstenstromen en omvat de rekeningen per bedrijfstak, (asymmetrische) aanbod- en gebruikstabellen en daaruit afgeleide (symmetrische) input-outputtabellen. Het input-outputsysteem verzekert de coherentie van de nationale rekeningen op gekruist bedrijfstak- en productniveau. Waar aanbod- en gebruikstabellen in de eerste plaats voor statistische doeleinden worden opgesteld, zijn input-outputtabellen in hoofdzaak bedoeld voor diverse analysedoeleinden zoals:

  • analyse van productie- en kostenstructuur;
  • analyse van de interdependenties tussen bedrijfstakken; – impactanalyses.

Het ESR 2010-transmissieprogramma verplicht de lidstaten vijfjaarlijkse symmetrische input-outputtabellen aan Eurostat te leveren, en de totale input-outputtabellen op te splitsen naar invoer en binnenlandse productie. 

Input-outputtabellen worden symmetrische tabellen genoemd, in de zin dat ze productgroepen koppelen aan productgroepen, of bedrijfstakken aan bedrijfstakken, terwijl in asymmetrische aanbod- en gebruikstabellen productgroepen aan bedrijfstakken worden gekoppeld. Zoals de meeste andere EUlidstaten en in overeenstemming met de aanbevelingen van het ESR 2010, levert België aan Eurostat product x product input-outputtabellen. Die tabellen moeten aan Eurostat ter beschikking worden gesteld op het niveau van 64 producten (CPA P64).

De opdeling van de totale input-outputtabel in een tabel van de invoer en de binnenlandse productie is van belang, aangezien die laatste noodzakelijk is voor de berekening van de Leontief-inverse (o.a. nodig voor de berekening van multiplicatoren en voor impactstudies).

a. Methodologie voor het opstellen van input-outputtabellen

De methodologie die gevolgd werd voor de compilatie van de input-outputtabellen 2020 verschilt niet wezenlijk van die van eerdere input-outputtabellen. De methodologie valt uiteen in drie stappen:

  • overgang van de gebruikstabel tegen aankoopprijzen naar basisprijzen;
  • opsplitsing van de totale gebruikstabel tegen basisprijzen in gebruik van invoer en van binnenlandse productie;
  • omvorming van asymmetrische aanbod- en gebruikstabellen tegen basisprijzen tot symmetrische product x product input-outputtabellen (totaal, invoer en binnenlandse productie).

a.1.  Overgang van de gebruikstabel tegen aankoopprijzen naar basisprijzen

De gebruikstabel is gewaardeerd tegen aankoopprijzen, terwijl de aanbodtabel uitgedrukt is tegen basisprijzen[1]. Om overeenstemming tussen aanbod en gebruik te verzekeren en vervolgens inputoutputtabellen tegen basisprijzen af te leiden, dient de gebruikstabel tegen aankoopprijzen eerst omgezet te worden in een gebruikstabel tegen basisprijzen. Dat verloopt via het opstellen van verschillende overgangstabellen: de tabellen van de productgebonden belastingen en subsidies en die van de handelsmarges[2]. Die tabellen verdelen de totalen van de marges, belastingen en subsidies, waarvan de producttotalen al gegeven zijn in de aanbodtabel, over alle cellen van de gebruikstabel. Door die tabellen in mindering te brengen van het gebruik tegen aankoopprijzen en de handelsmarges te verplaatsen naar de rijen van de handelsdiensten, verkrijgt men het gebruik tegen basisprijzen.

a.2. Opsplitsing van de totale gebruikstabel tegen basisprijzen in gebruik van invoer en van binnenlandse productie

Voor de berekening van de gebruikstabel van de invoer wordt in een aantal landen per lijn van de gebruikstabel een eenvoudige proportionele verdeling van de invoer toegepast. De FPB-methode daarentegen tracht een meer waarheidsgetrouwe toewijzing te realiseren door gebruik te maken van gedetailleerde cijfers van de buitenlandse handel (intrastat/extrastat en betalingsbalansdata). Die methode omvat onder meer een expliciete raming van de wederuitvoer van goederen.

a.3. Omvorming van asymmetrische aanbod- en gebruikstabellen naar symmetrische inputoutputtabellen

Uitgaande van de aanbod- en gebruikstabellen tegen basisprijzen worden tot slot symmetrische product x product input-outputtabellen geconstrueerd. 

De nationale rekeningen, en dus ook de aanbod- en gebruikstabellen, zijn opgebouwd rond heterogene bedrijfstakken, m.a.w. bedrijfstakken die meer dan één type product als output hebben (het hoofdproduct en één of meerdere nevenproducten). Voor de opmaak van product x product inputoutputtabellen zijn echter homogene bedrijfstakken vereist. Het homogeniseren van de aanbod- en gebruikstabellen komt neer op het overbrengen van de nevenproducties en de daarmee samenhangende (intermediaire en primaire) inputs naar de kolom (hoofdbedrijfstak) van het betrokken product. Het feit dat in de Belgische nationale rekeningen de onderneming (gedefinieerd op basis van haar juridische entiteit) als statistische eenheid wordt gebruikt[3], doet de graad van heterogeniteit toenemen, wat de compilatie van input-outputtabellen zinvoller, maar tegelijk ook complexer maakt.

Keuze van de technologiehypothese

Het overbrengen, in de aanbodtabel, van nevenproductie(s) naar de bedrijfstak van het betrokken hoofdproduct stelt geen enkel probleem. Het transfereren, in de gebruikstabel, van de met deze nevenproductie(s) samenhangende primaire en intermediaire inputs is echter minder evident. De onderliggende ondernemingsdata laten immers over het algemeen niet toe de inputs te splitsen over hoofd- en nevenproductie(s). Waar cijfers ontbreken, moeten hypothesen worden gemaakt.

Twee hypothesen zijn denkbaar:

  • producttechnologie (commodity technology): veronderstelt dat een product steeds dezelfde inputstructuur heeft, ongeacht in welke bedrijfstak het (als hoofd- of nevenproduct) wordt voortgebracht;
  • bedrijfstaktechnologie (industry technology): veronderstelt dat alle producten die in een bedrijfstak voortgebracht worden dezelfde inputstructuur hebben (namelijk die van de bedrijfstak zelf).

De keuze van de beste hypothese hangt in principe af van geval tot geval en is in feite mede afhankelijk van de structuur van het bedrijfsleven in het betrokken land. Het ESR 2010 geeft voor het opstellen van product x product input-outputtabellen de voorkeur aan de hypothese van producttechnologie. In lijn met die aanbeveling werd bij de compilatie van de Belgische input-outputtabellen voor 2020 uitgegaan van producttechnologie. In sommige gevallen werd echter in meer of mindere mate afgeweken van het principe van producttechnologie en in een beperkt aantal branches werd bedrijfstaktechnologie toegepast. Uiteindelijk werd dus een ‘mixed technology model’ verkregen, weliswaar met een duidelijk overwicht van producttechnologie. 

Behandeling van negatieve inputs

Toepassing van producttechnologie kan leiden tot een probleem van ‘negatieve inputs’.[4] Die negatieve waarden ontstaan wanneer bij het overbrengen van de nevenproductie van een bedrijfstak blijkt dat de hiermee samenhangende inputs van bepaalde producten niet of onvoldoende aanwezig zijn in de betrokken kolom van de gebruikstabel. Negatieve inputs kunnen wijzen op de ongeldigheid van de hypothese van producttechnologie (vaak een gevolg van een te grote heterogeniteit) of op meetfouten in de onderliggende data (meer bepaald in de aanbod- en gebruikstabellen).

Wanneer een probleem van negatieve inputs in de input-outputtabellen te wijten is aan een onwaarschijnlijkheid in de aanbod- en gebruikstabellen, ligt de remedie in een correctie van de aanbod- en gebruikstabellen en kan de hypothese van producttechnologie worden behouden. Anderzijds kan in bepaalde bedrijfstakken geopteerd worden voor toepassing van het bedrijfstaktechnologieprincipe, waardoor negatieve inputs worden vermeden. In nog andere gevallen ligt de oplossing in een verdere (statistische) desaggregatie of fusie van bedrijfstakken of in het introduceren van analytische desaggregaties, waarbij een deel van de nevenproductie van een bedrijfstak wordt afgesplitst. Waar statistische desaggregaties en fusies tot doel hebben de hypothese van producttechnologie te behouden, introduceren analytische desaggregaties een technologie die in meer of mindere mate afwijkt van het principe van producttechnologie. Voor beide soorten desaggregaties (statistische en analytische) is voor de raming van de inputs die samenhangen met de desaggregatie vanzelfsprekend bijkomende informatie nodig; hiervoor wordt waar mogelijk teruggegrepen naar de brondata op ondernemingsniveau. 

De negatieve inputs die na al deze bewerkingen overblijven, kunnen tot slot met behulp van zuiver mathematische methodes worden geëlimineerd. Het gebruik van wiskundige methodes is aanvaardbaar voor kleine negatieven of indien geoordeeld wordt dat buiten de hoofdbedrijfstak bepaalde inputs inderdaad niet gebruikt worden in het productieproces. Op die manier past men dus eigenlijk producttechnologie in afgezwakte vorm toe.

b. Compilatie van de input-outputtabellen 2020 in de praktijk

De input-outputtabellen 2020 zijn afgeleid uit de aanbod- en gebruikstabellen 2020, die het resultaat zijn van een nauwe samenwerking tussen de NBB en het FPB. In de aanbod- en gebruikstabellen wordt de Belgische economie (op het niveau van het intern werkformaat) opgesplitst in 135 (heterogene) bedrijfstakken; er worden 349 productgroepen onderscheiden. Het aantal homogene bedrijfstakken in de input-outputtabellen 2020 komt uit op 132.[5] De input-outputtabellen 2020 zijn opgesteld op basis van de NACE REV. 2/CPA 2.1.

In de input-outputtabellen 2020 worden dus 132 productietechnologieën gedefinieerd in termen van intermediaire inputs (opgesplitst in 349 producten) en primaire inputs (productgebonden en nietproductgebonden belastingen en subsidies op de productie, beloning van de werknemers, nettoexploitatiesaldo/gemengd inkomen en verbruik van vaste activa).

Toepassing van de hypothese van zuivere producttechnologie op de geëquilibreerde aanbod- en gebruikstabellen leverde initieel een percentage negatieve waarden voor het intermediair verbruik op van 5,8%. Er werd een grondige analyse gemaakt van de voornaamste negatieven per bedrijfstak. Die analyse mondde uit in correcties in de aanbod- en gebruikstabellen en het invoeren van (analytische) desaggregaties en fusies. In de branches NACE-SUT 10D (vervaardiging van oliën en vetten), 30A (scheepsbouw), 47B (detailhandel in motorbrandstoffen) en de drie deelbranches van de financiële sector (64A, 65A EN 66A) bedrijfstaktechnologie opgelegd. Op die manier kon het percentage negatieven worden teruggebracht van 5,8% naar 1,8%.[6] De correcties in de aanbod- en gebruikstabellen zijn verantwoordelijk voor 0,2 procentpunt van de reductie in het percentage negatieven, de hypothese van bedrijfstaktechnologie in de zes hierboven vermelde bedrijfstakken voor 0,6 procentpunt en de

 

desaggregaties en fusies voor 3,2 procentpunt. De resterende kleine negatieve waarden (1,8%) werden door middel van een wiskundige methode (het Almon-algoritme) weggewerkt. Dat algoritme elimineert de negatieven (de negatieve inputs worden op nul gezet) en vertrekt eveneens van het principe van producttechnologie. Aangezien het Almon-algoritme enkel voorwaarden oplegt aan de rijtotalen (en niet aan de kolomtotalen), werd tot slot nog een klassiek RAS-equilibreringsalgoritme toegepast.

Tot besluit kan gesteld worden dat de product x product input-outputtabellen 2020 dus gecompileerd werden op basis van een ‘mixed technology model’, maar met een duidelijk overwicht van producttechnologie. Voor NACE-SUT 10D, 30A, 47B, 64A, 65A en 66A, die samen goed zijn voor 6,6% van de totale productie, werd zuivere bedrijfstaktechnologie toegepast. Ongeveer 5,2% van de productie werd behandeld via analytische desaggregaties, gekenmerkt door een mengvorm tussen product- en bedrijfstaktechnologie. Uiteindelijk werd dus voor ruim 88% van de totale productie producttechnologie[7] toegepast.

 

[1] De basisprijs komt overeen met het bedrag dat de producent van een goed of dienst ontvangt uit de verkoop ervan. De aankoopprijs komt overeen met het effectieve bedrag dat een gebruiker van een product betaalt.

[2] Net als in eerdere tabellen (sinds 2010) werden de vervoersmarges in de aanbod- en gebruikstabellen en de inputoutputtabellen op nul gezet, aangezien gebleken is dat het onmogelijk is om op basis van de beschikbare brongegevens de vervoersmarges (zoals gedefinieerd door het ESR) op een betrouwbare manier te ramen.

[3] In de nationale rekeningen worden ondernemingen op basis van hun hoofdactiviteit volledig toegewezen aan één (heterogene) bedrijfstak.

[4] Het probleem van de negatieve waarden doet zich vooral voor bij de intermediaire inputs; bij de primaire inputs is het probleem minder aan de orde.

[5] Voor één productgroep, namelijk 07A01 (ijzererts en non-ferro metaalertsen) is de (heterogene) hoofdbedrijfstak (07A) in België onbestaand. Voor die activiteit werd in de input-outputtabellen dus een homogene bedrijfstak gecreëerd. Daarnaast werden bij de overgang naar de input-outputtabellen de bedrijfstakken 35A+35B en 86A+86B+86C+86D gegroepeerd tot twee branches (op NACE 2-digit niveau). Dit alles brengt het aantal bedrijfstakken dus van 135 in de aanbod- en gebruikstabellen naar 132 in de input-outputtabellen.

[6] Ter vergelijking: bij de compilatie van de input-outputtabellen 2015 (versie 2019) bedroegen de overeenkomstige percentages resp. 5,1% en 1,9%.

[7] Zuivere producttechnologie of (via de Almon-procedure) afgezwakte producttechnologie.


Please do not visit, its a trap for bots