Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Macro-economische en budgettaire effecten van het ontwerp van nationaal plan voor herstel en veerkracht - Rapport aan de staatssecretaris voor Relance en Strategische Investeringen [REP 12401]

Het nationaal plan voor herstel en veerkracht geeft aan hoe de Europese dotatie van 5,925 miljard euro in het kader van de gelijknamige faciliteit zal worden aangewend. Het grootste deel van het Belgische plan, nl. 88 %, is rechtstreeks bestemd voor de toename van de kapitaalvoorraad van de Belgische economie, via overheidsinvesteringen en steun voor investeringen in de privésector. Op korte termijn, op het hoogtepunt van het relance-effect van het plan, zou de toename van de economische activiteit 0,2 % bedragen in vergelijking met een scenario zonder plan. Hoewel de impuls tijdelijk is, zijn er langetermijneffecten door de toename van de kapitaalvoorraad van de overheid en de steun voor O&O-activiteiten die de rendabiliteit van de kapitaalvoorraad van de ondernemingen verbeteren en de accumulatie ervan aanmoedigen. Tegen 2040 zou het bbp nog steeds 0,1 % boven het groeitraject zonder plan liggen. Deze raming houdt geen rekening met het hervormingsluik van het plan, noch met de bredere relance-, investerings- en hervormingsplannen die door de gewesten en de federale regering zijn aangekondigd, noch met het effect van buitenlandse plannen op de Belgische economie. 

De Europese Unie stelt in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht van NextGenerationEU 5,925 miljard euro ter beschikking van België voor de periode 2021-2026. Om daarvan te kunnen genieten, heeft België een plan opgesteld dat bestaat uit een honderdtal investerings- en hervormingsprojecten. Het plan is georganiseerd rond de thematische assen ‘klimaat, duurzaamheid en innovatie’, ‘digitale transformatie’, ‘mobiliteit’, ‘sociale aangelegenheden en samenleving’ en ‘economie van de toekomst en productiviteit’. In deze kwantitatieve analyse is alleen rekening gehouden met het investeringsluik; hervormingen zonder budgettaire impuls zijn in de simulaties niet in aanmerking genomen.

Bij nader onderzoek blijkt dat een groot deel van de 5,925 miljard euro, namelijk 88 %, wordt besteed aan een toename van de kapitaalvoorraad van de Belgische economie. Van die 88 % zal twee derde worden geïnvesteerd in materiële vaste activa, waaronder – maar niet alleen – in gebouwen en civieltechnische werken, en een derde in immateriële vaste activa, waarvan bijna de helft in O&O. Van die 88 % zal meer dan de helft bestaan uit directe investeringen door de overheid, de rest uit investeringen door de ondernemingen en, in mindere mate, door de huishoudens en izw's, gefinancierd door de overheid met Europese middelen.

Investeringen verhogen de economische activiteit op korte termijn door de geaggregeerde vraag te stimuleren (relance-effect), en op lange termijn door het geaggregeerde aanbod te vergroten. 

Op het hoogtepunt van het relance-effect zou de toename van de economische activiteit (bbp) 0,2 % bedragen in vergelijking met een scenario zonder plan. Het arbeidsvolume zou toenemen met bijna 4 000 banen, rekening houdend met een positief effect op de productiviteit. Het maximale relance-effect zou volgens het indicatieve tijdschema voor de uitvoering van het plan in het tweede jaar worden bereikt. De relance wordt enigszins afgezwakt door het feit dat voor een deel van de investeringen invoer nodig is. De relance heeft een gunstig effect op de overheidsfinanciën: tegen 2026 zou de overheidsschuld met 0,5 % van het bbp zijn verminderd in vergelijking met een scenario zonder het plan.

De relance-effecten van het plan worden versterkt door aanbodeffecten: de toename van de kapitaalvoorraad van de overheid en de stimulering van O&O-activiteiten verbeteren de rendabiliteit van de kapitaalvoorraad van de ondernemingen, waardoor de accumulatie ervan wordt bevorderd. Verwacht wordt dat het bbp in 2030 0,2 % boven het groeitraject zonder plan zal liggen naarmate de arbeidsproductiviteit en het externe concurrentievermogen van de economie verbeteren. Dit positieve effect neemt geleidelijk af in de loop van de volgende tien jaar. In 2040 bedraagt het effect op het bbp 0,1 %, wat gepaard gaat met de creatie van 1 000 banen en een vermindering van de schuld, uitgedrukt in procent van het bbp, met bijna 1 %.

Deze effecten op het bbp, de werkgelegenheid en de overheidsfinanciën lijken misschien bescheiden, maar men mag niet uit het oog verliezen dat het hervormingsluik niet opgenomen is in de kwantitatieve evaluatie en dat de Europese dotatie van 5,925 miljard euro slechts 0,2 % van het bbp vertegenwoordigt in de periode 2021-2026. Publieke en private cofinanciering uit eigen middelen zouden daarbovenop kunnen komen. Bovendien zouden de bredere relance-, investerings- en hervormingsplannen die door de gewesten en de federale regering zijn aangekondigd, de impact van de Europese 5,925 miljard kunnen verveelvoudigen. Ten slotte zullen ook andere landen gebruik kunnen maken van de Europese faciliteit voor herstel en veerkracht, soms in veel grotere mate dan België, en ook buiten Europa zijn grote landen bezig met relanceprogramma's. Als kleine open economie zou België er in aanzienlijke mate voordeel kunnen bij hebben via zijn uitvoer.

  Beschikbare gegevens

None

  PDF & Download

  Auteurs

Gemeenschappelijke publicatie
 
A : Auteur, C : Contribuant

  Datum

  Publicatietype

Report

Please do not visit, its a trap for bots